Open normen in het Europees consumentenrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/11.6:11.6 Conclusie
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/11.6
11.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS499685:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
716. De Richtlijn OHP is zeer gedetailleerd en bevat geobjectiveerde maatstaven en een lijst verboden praktijken. De Richtlijn OHP biedt meer houvast dan de Richtlijn OB. Toch zijn de geboden handvatten niet eenduidig genoeg om uitleg- en toepassingsverschillen te pareren (A). Reden hiervoor is dat de Richtlijn OHP veel vage begrippen bevat, die vaak grote gelijkenis vertonen met bestaand nationaal recht en door het Hof (nog) niet van een duidelijke definitie zijn voorzien. Het Hof benadrukt vooralsnog vooral het feitelijke karakter van de toetsing aan de open normen. Zo ontstaat er relatief veel ruimte voor een door nationale opvattingen gekleurde uitleg van de normen (B). Behalve door de invloed van nationale denkbeelden en de concreetheid van de toets, wordt de harmonisatie belemmerd door een niet altijd accurate vertaling van de normen naar nationaal recht en het bestaan van verschillende handhavingsfora met uiteenlopende toetsingswijzen naast elkaar op nationaal niveau (G en H). Hieraan is een combinatie van sterke nationale en niet altijd eenduidige Europese sturing debet (C, D, E en F). De wijzen van omzetting en handhaving kunnen de doorwerking van nationale denkbeelden faciliteren (B) en de verkrijging van Europese sturing bemoeilijken (A).
Wel gunstig voor de harmonisatie is de in vergelijking met de Richtlijn OB gedetailleerdheid en letterlijke omzetting van de richtlijn (C). De richtlijn bevat veel onduidelijkheden maar biedt niettemin ook houvast. Te denken valt aan art. 7 lid 4 en 5 richtlijn en de zwarte lijst. Ook gunstig is dat het feitelijke karakter van de toets wordt teruggebracht door het overwegend collectieve en preventieve karakter van de toets. Dit zou het op elkaar afstemmen van beslissingen van rechters en toezichthouders (vgl. art. 9 Verordening (EG) nr. 2006/2004) moeten vergemakkelijken.