Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/19.6.2.4
19.6.2.4 Intra-groepstransacties niet ‘at arms length’
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS405783:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 17.8.1.2.
In vergelijkbare zin overwoog Van den Ingh: “Verder moet wel bedacht worden dat de vraag of belanghebbenden bij de vennootschap door een nadelige transactie schade lijden niet voor iedere categorie op dezelfde wijze wordt beantwoord. Zo lang voldoende activa overblijven waarop verhaal kan worden uitgeoefend, ondervinden schuldeisers geen nadeel.” (Van den Ingh 1994, par. 3).
Van den Ingh wijst op een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarin werd overwogen: “Overheveling door een moedermaatschappij van inkomsten die gegenereerd worden door de onderneming van een dochtermaatschappij is […] op zichzelf niet onrechtmatig jegens de schuldeisers van de dochtermaatschappij. Daartoe is tenminste mede vereist dat op het moment van zulk een overheveling ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de dochtermaatschappij (reeds afgezien van, dan wel als gevolg van de overheveling) niet volledig aan haar verplichtingen kan voldoen; en dat de moedermaatschappij zich dat bewust had moeten zijn.” (Rb. Amsterdam 15 april 1987, rolnr 84.7140). Ontleend aan Van den Ingh 1994, voetnoot 8).
In hoofdstuk 17 is erop gewezen dat intra-groepstransacties regelmatig tegen de boekwaarde van de activa geschieden.1 Als de werkelijke waarde van de overgedragen activa hoger ligt, kwalificeert de verkoop van een actief tegen boekwaarde door een dochtervennootschap aan haar moedervennootschap of een zustervennootschap, als een materiële uitkering. Zolang de continuïteit van de vennootschap niet in het geding is, zijn dergelijke transacties niet benadelend voor de crediteuren van de vennootschap; het bedrag van de materiële uitkering had immers ook op grond van art. 2:216 BW kunnen worden uitgekeerd.2 Dient de moedervennootschap echter ernstig rekening te houden met een tekort van de dochtervennootschap, dan zullen intra-groepstransacties met de dochter moeten plaatsvinden tegen marktwaarde (at arms length). Blijkt in faillissement dat vanaf het moment dat de moeder ernstig rekening moest houden met een tekort, intragroepstransacties tegen boekwaarde zijn verricht, dan kan de moedervennootschap op grond van onrechtmatige daad worden aangesproken voor het verschil tussen de marktwaarde en de boekwaarde van de betreffende transacties.3