Omzetting als rechtsvormwijziging
Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/4.10:4.10 Conclusie
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/4.10
4.10 Conclusie
Documentgegevens:
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS501471:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De stichting heeft als rechtsvorm een bijzondere positie in het Nederlandse rechtspersonenrecht vanwege het doelvermogen. De bescherming van het vermogen van een stichting na rechtsvormwijziging gaat verder dan bescherming van het vermogen gedurende het bestaan van de stichting. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt niet van een expliciete keuze voor een strenger regime. Beide regelingen dienen dan ook op elkaar aan te sluiten. De regeling van artikel 2:285 lid 3 BW dient als uitgangspunt te gelden voor artikel 2:18 lid 6 BW.
De invulling van het huidige begrip vermogensklem is onduidelijk: wat wordt precies onder dit begrip verstaan en hoe moet de vermogensklem feitelijk werken? Uit de jurisprudentie volgt een strikte leer voor de naleving van de vermogensklem. Besteding van voormalig stichtingsvermogen anders dan overeenkomstig het doel, is ontoelaatbaar.
De naleving van de wettelijke bepaling met betrekking tot de vermogensklem is lastig na te gaan. De notaris en de rechter hebben inhoudelijk niet altijd voldoende zicht op de te beschermen belangen. De vermogensklem suggereert een bescherming die er feitelijk niet of nauwelijks is. De sanctie op niet-naleving van de vermogensklem is gelegen in het algemene leerstuk van (on)behoorlijk bestuur.
De rechtshandeling `rechtsvormwijziging' is niet als schenking, noch als gift aan te merken. Door de vermogensklem is van vermogensverschuiving geen sprake. Indien de flexibele leer wordt aangehangen, kan bij rechtsvormwijziging van een stichting in een kapitaalvennootschap wel van een gift sprake zijn indien volstorting van de aandelen plaatsvindt door vermogensaanwending van de stichting na verkregen toestemming van de rechter vanwege het anders besteden van het stichtingsvermogen.