Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.2.4.3.2
4.2.4.3.2 Hof van Justitie
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291517:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Conclusie A-G Bobek 31 mei 2017, zaak C-164/16, V-N 2017/30.16, punt 17 (Mercedes-Benz Financial Services UK).
HvJ EU 4 oktober 2017, zaak C-164/16, V-N 2017/55.12, r.o. 30 en 31 (Mercedes-Benz Financial Services UK).
R.o. 32.
Conclusie A-G Bobek 31 mei 2017, zaak C-164/16, V-N 2017/30.16, punt 20 (Mercedes-Benz Financial Services UK).
HvJ EU 4 oktober 2017, zaak C-164/16, V-N 2017/55.12, r.o. 33 (Mercedes-Benz Financial Services UK).
HvJ EU 4 oktober 2017, zaak C-164/16, V-N 2017/55.12, r.o. 34 (Mercedes-Benz Financial Services UK).
HvJ EU 4 oktober 2017, zaak C-164/16, V-N 2017/55.12, r.o. 35 (Mercedes-Benz Financial Services UK).
HvJ EU 4 oktober 2017, zaak C-164/16, V-N 2017/55.12, r.o. 36 (Mercedes-Benz Financial Services UK).
Conclusie A-G Bobek 31 mei 2017, zaak C-164/16, V-N 2017/30.16, punt 19 (Mercedes-Benz Financial Services UK).
Conclusie A-G Bobek 31 mei 2017, zaak C-164/16, V-N 2017/30.16, punt 43 (Mercedes-Benz Financial Services UK).
HvJ EU 4 oktober 2017, zaak C-164/16, V-N 2017/55.12, r.o. 37 en 38 (Mercedes-Benz Financial Services UK).
In Nederland is geen leveringsgelijkstelling opgenomen voor de koop op afbetaling. De reden daarvoor is gelegen in het civiele recht. Huurkoop is in Nederland een species van de koop op afbetaling: een koop op afbetaling met een eigendomsvoorbehoud (art. 7:84 lid 3, onderdelen a en b BW). De eigendom van het verkochte goed gaat pas over door vervulling van de opschortende voorwaarde van (algehele) betaling van wat de koper uit hoofde van de koopovereenkomst verschuldigd is. Bij de koop op afbetaling die niet als huurkoop kwalificeert gaat (vanwege het ontbreken van een eigendomsvoorbehoud) de eigendom van het goed reeds bij afgifte van het goed over op de koper (art. 7:84 lid 3, onderdelen a en b BW ) waardoor deze transactie een reguliere levering is als bedoeld in onder art. 14 lid 1 Btw-richtlijn (D.B. Bijl, M.E. van Hilten en D.G. van Vliet, Europese BTW en Nederlandse omzetbelasting, Deventer: Kluwer 2001, p.66, A. van Dongen e.a., Omzetbelasting (Fiscaal commentaar), Deventer: Kluwer 2003, p. 42 en M.E. van Hilten en H.W.M. van Kesteren, Omzetbelasting, Kluwer: Deventer 2020, p. 124). Wolf meent daarentegen dat uit art. 14 lid 2, onderdeel b Btw-richtlijn volgt dat de koop op afbetaling op grond van art. 14 lid 1 Btw-richtlijn niet kwalificeert als een levering (R.A. Wolf, Omzetbelasting en onroerend goed (FED Fiscale Brochures), Deventer: Wolters Kluwer 2015, p. 13). Naar mijn mening miskent hij dat art. 14 lid 2, onderdeel b Btw-richtlijn voorziet in een leveringsgelijkstelling indien de koop op afbetaling pas ná de afgifte leidt tot verkrijging van de eigendom door de koper. Indien de koper, zoals in Nederland het geval is, reeds bij de afgifte van het goed de eigendom verkrijgt, is het naar mijn mening niet in strijd met art. 14 lid 2, onderdeel b Btw-richtlijn om deze levering te scharen onder art. 14 lid 1 Btw-richtlijn. In Nederland is koop op afbetaling van vastgoed overigens slechts mogelijk voor zover sprake is van huurkoop (art. 7:84 lid 3, onderdeel a BW).
T.M. Berkhout, ‘Vastgoedcontracten met koopopties: rationeel-economisch kiezen in het btw-domein’, NTFR 2018/1091.
Wolf, commentaar bij HvJ EU 4 oktober 2017, zaak C-164/16, NTFR 2017/2565.
I.S.J. Houben, Asser/Houben 7-X 2019/53 (online, bijgewerkt op 14 juni 2019).
I.S.J. Houben, Asser/Houben 7-X 2019/53 (online, bijgewerkt op 14 juni 2019).
I.S.J. Houben, Asser/Houben 7-X 2019/53 (online, bijgewerkt op 14 juni 2019).
Rb ’s Hertogenbosch 13 juni 1997, nr. H96/1640, NJ 1998, 432, r.o. 3.4.
Rb ’s Hertogenbosch 13 juni 1997, nr. H96/1640, NJ 1998, 432, r.o. 3.4 en I.S.J. Houben, Asser/Houben 7-X 2019/53 (online, bijgewerkt op 14 juni 2019).
Zie bijv. Rb Rotterdam 15 februari 2001, nr. 138310/HAZA00-1138, Prg. 2001, 5757, m.nt. Abas.
HR 12 juli 2002, nr. 37.426, V-N 2002/36.25.
In zijn conclusie in de zaak Mercedes-Benz Financial Services UK heeft A-G Bobek erop gewezen dat art. 14 lid 2, onderdeel b Btw-richtlijn blijkens haar bewoordingen ziet op overeenkomsten die ertoe strekken de macht om als een eigenaar over een goed te beschikken over te dragen, maar waarbij de overgang van het eigendomsrecht wordt uitgesteld totdat de termijnen zijn betaald.1 Voor de toepassing van de leveringsgelijkstelling van art. 14 lid 2, onderdeel b Btw-richtlijn eist het Hof van Justitie daarom dat in de overeenkomst een uitdrukkelijk beding is opgenomen inzake de verkrijging van de eigendom van het goed door de wederpartij.2 Dat art. 14 lid 2, onderdeel b Btw-richtlijn niet het begrip ‘huurprijs’, maar ‘termijn’ gebruikt wijst erop dat deze bepaling geen betrekking heeft op zuivere huurovereenkomsten, omdat het begrip ‘termijn’ gangbaar is voor kredietovereenkomsten.3 A-G Bobek is van mening dat art. 14 lid 2, onderdeel btw-richtlijn ook van toepassing is indien voor de eigendomsovergang de eenzijdige verklaring van de koper nodig is dat hij de koopoptie wenst uit te oefenen.4 Het Hof van Justitie heeft die opvatting onderschreven, aangezien het een koopoptie als een uitdrukkelijk beding van eigendomsoverdracht heeft aangemerkt.5
Voor de toepassing van art. 14 lid 2, onderdeel b Btw-richtlijn is een uitdrukkelijk beding van eigendomsoverdracht niet voldoende. Op het moment van ondertekening moet uit de overeenkomst objectief gezien (lees: redelijkerwijs) ook duidelijk zijn dat een normale uitvoering van de overeenkomst tot automatisch gevolg heeft dat de eigendom van het goed overgaat.6 Uit de omstandigheid dat in art. 14 lid 2, onderdeel b Btw-richtlijn staat dat normaal het goed uiterlijk bij de betaling van de laatste termijn in eigendom wordt verkregen, kan slechts worden afgeleid dat betaling van het laatste bedrag van rechtswege de overdracht van het goed inhoudt.7 Het woord ‘normaal’ in art. 14 lid 2, onderdeel b Btw-richtlijn ziet op het voorzienbare verloop tot aan het einde van de looptijd van de overeenkomst indien partijen handelen zoals is overeengekomen.8 De mogelijkheid dat de eigendom bij buitengewone gebeurtenissen, zoals de beëindiging van de overeenkomst, niet overgaat staat derhalve niet aan toepassing van art. 14 lid 2, onderdeel b Btw-richtlijn in de weg.9 Het is duidelijk dat aan deze voorwaarde wordt voldaan bij overeenkomsten van het type huurkoop, waarbij de som van de termijnen die de huurkoper op grond van de overeenkomst moet betalen de gehele prijs dekt van het goed en de huurkoper op grond van de overeenkomst uiterlijk bij de betaling van de laatste termijn de eigendom automatisch verkrijgt.10 Echter, aan deze voorwaarde wordt volgens het Hof van Justitie ook voldaan indien slechts een koopoptie is opgenomen, maar deze optie reeds bij het aangaan van de overeenkomst in werkelijkheid de enige economische rationele keuze is.11 Door deze uitleg kan ook huurkoop of financial leasing met een koopoptie onder art. 14 lid 2, onderdeel b Btw-richtlijn vallen (zie paragraaf 4.2.4.4).
Het Mercedes-Benz Financial Services UK-arrest van het Hof van Justitie heeft de vraag opgeroepen of de Nederlandse leveringsgelijkstelling in art. 3 lid 1, onderdeel b Wet OB voor de afgifte van goederen ingevolge een overeenkomst van huurkoop richtlijnconform is.12 Berkhout is van mening dat in art. 3 lid 1, onderdeel b Wet OB duidelijk is afgeweken van art. 14 lid 2, onderdeel b Btw-richtlijn en dat die afwijking niet lijkt te kunnen worden gladgestreken met een richtlijnconforme interpretatie.13 Ook Wolf meent dat financiële leasing met een urgerende koopoptie in Nederland niet onder art. 3 lid 1, onderdeel b Wet OB valt.14 Ik deel de opvattingen van Berkhout en Wolf niet. Op grond van het Nederlandse civiele recht is de strekking om een eigendomsoverdracht te bewerkstelligen een belangrijk criterium voor de kwalificatie van een overeenkomst als huurkoop.15 Een dergelijke strekking wordt niet alleen aangenomen indien in de overeenkomst een verplichting tot koop is opgenomen, maar ook indien sprake is van een zogenoemde ‘urgerende’ koopoptie.16 Een urgerende koopoptie houdt in dat er in feite geen reëel alternatief bestaat voor het kopen. Hierbij kan met name gedacht worden aan de situatie waarin de koopsom zo laag is dat degene die de koopoptie heeft zichzelf zou benadelen indien deze optie niet wordt uitgeoefend.17 Bij een koopsom die in absolute zin verwaarloosbaar laag is, zoals een symbolisch bedrag, is het evident dat sprake is van een urgerende koopoptie.18 Echter, ook bij een koopsom die in absolute zin niet maar in relatieve zin (lees: in relatie tot de waarde van het goed) wel verwaarloosbaar laag is, kan sprake zijn van een urgerende koopoptie.19 Deze ruimere uitleg van het ‘strekkingscriterium’ van huurkoop maakt het mogelijk dat ook financial leasing met een urgerende koopoptie civielrechtelijk als huurkoop kwalificeert.20 Omdat op grond van het Nederlandse civiele recht ook bij een urgerende koopoptie, bijv. in een financial leasingovereenkomst, sprake kan zijn van huurkoop, acht ik de kans klein dat een vastgoedtransactie die op grond van art. 14 lid 2, onderdeel b Btw-richtlijn gelijkgesteld moet worden met een levering in Nederland niet als huurkoop wordt aangemerkt. Maar zelfs indien deze situatie zich zou voordoen, dan kan deze plooi naar mijn mening worden gladgestreken. De Hoge Raad heeft namelijk geoordeeld dat art. 3 lid 1, onderdeel b Wet OB in overeenstemming is met art. 14 lid 2, onderdeel b Btw-richtlijn.21 Dit betekent dat art. 3 lid 1, onderdeel b Wet OB naar het oordeel van de Hoge Raad richtlijnconform kan en dus ook moet worden uitgelegd.