De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht
Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/5.3.5:5.3.5 Meervoudige causaliteit bij deels rechtvaardigde besluiten
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/5.3.5
5.3.5 Meervoudige causaliteit bij deels rechtvaardigde besluiten
Documentgegevens:
mr. P.A. Fruytier, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. P.A. Fruytier
- JCDI
JCDI:ADS284681:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
301. We zagen hiervoor in §5.3.3 dat het nemen van een ongeldig bezwarend besluit toch rechtmatig kan zijn als daarvoor een wettelijke bevoegdheid ex art. 6:162 lid 2 BW bestaat. We zagen verder dat het leerstuk toestaat dat die wettelijke bevoegdheid zich uitstrekt over het nemen van een deel van het besluit. Die gedeeltelijke rechtvaardiging kan zien op de inhoud van het (rechtsgevolg van het) besluit of op het moment in de tijd waarop het besluit is genomen – het nemen van het besluit per 1 januari is onrechtmatig, maar zou op basis van de bestaande wettelijke voorwaarden per 1 april wel aan de wettelijke bevoegdheidseisen hebben voldaan. Ook hier bieden de leer van de meervoudige causaliteit en de bijbehorende begrippen momentschade, vertragingsschade en onherroepelijke en onomkeerbare schade volgens mij uitkomst. Ik licht dit hierna aan de hand van twee voorbeelden toe.
302. Bij het nemen van een besluit dat inhoudelijk slechts deels gerechtvaardigd is, is vanuit civielrechtelijk perspectief in wezen sprake van twee gelijktijdige omstandigheden die de schade ieder voor zich veroorzaken: het onrechtmatig deel van het besluit en het rechtmatig deel van het besluit. Op grond van de Leeuwarden/Los-lijn komt de door het nemen van het rechtmatige deel ervan veroorzaakte schade voor risico van de gelaedeerde (zie §3.4.2-3.4.3).
Stel dat de Staat op 1 januari een bouwverbod uitvaardigt voor een perceel van 2.000 m2. De wet biedt daartoe geen grondslag, zodat het nemen ervan onrechtmatig is. De wet biedt wel grondslag voor een bouwverbod voor 1.000 m2. Het opleggen van het bouwverbod op 1 januari is daarom in zoverre gerechtvaardigd. De eigenaar wilde het hele perceel verkopen aan Jansen. Zij zouden daartoe op 1 maart een overeenkomst hebben gesloten. Jansen wil echter geen kleiner deel van het perceel kopen, omdat hij daarop zijn plannen niet kan realiseren. De schade van de eigenaar komt niet voor vergoeding in aanmerking, omdat voor de veroorzaking daarvan een rechtvaardigingsgrond bestaat. Zou Jansen ten tijde van het nemen van het besluit het perceel van 1.000 m2 wel hebben willen kopen, dan komt de daarmee verband houdende gederfde winst wel voor vergoeding in aanmerking. De verkoop daarvan is immers niet mogelijk geweest, omdat het besluit ten onrechte op 2.000 m2 zag.
303. De situatie dat het besluit eerst later in de tijd gerechtvaardigd is, is in normatief opzicht volgens mij gelijk aan opvolgende schadeveroorzakende gedragingen. Er is dus sprake van een eerder onrechtmatig besluit en een ‘later’ rechtmatig besluit. Schade die mede veroorzaakt wordt door dat ‘latere’ besluit, blijft voor risico van de gelaedeerde. De begrippen moment-, voortdurende en onherroepelijke en onomkeerbare schade zijn hier daarom ook toepasbaar (§3.4.4-3.4.5). Ik illustreer dit weer aan de hand van de hiervoor besproken bouwverbodcasus.
Stel dat de Staat het op 1 januari genomen bouwverbod niet had mogen opleggen, maar daartoe in de gegeven omstandigheden op 1 april wel rechtmatig zou hebben kunnen besluiten en zou hebben besloten op een andere wettelijke grondslag. Het opleggen van het verbod is dan vanaf 1 april gerechtvaardigd en dus rechtmatig. De gederfde winst wegens de misgelopen verkoop aan Jansen is momentschade en komt dus voor vergoeding in aanmerking. Zou Jansen echter eerst na 1 april interesse hebben gekregen voor de grond, dan is de gederfde winst mede veroorzaakt door het per 1 april rechtmatig (gerechtvaardigd) opleggen van het verbod. Die schade komt dus niet voor vergoeding in aanmerking.