Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/10.4.3:10.4.3 Rechtspersonen en rechtspersoonlijkheid
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/10.4.3
10.4.3 Rechtspersonen en rechtspersoonlijkheid
Documentgegevens:
mr. W.A. Westenbroek, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. W.A. Westenbroek
- JCDI
JCDI:ADS347332:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bovendien is ook van toerekening sprake bij vertegenwoordiging, zie par. 10.4.6.
HR 2 december 1994, NJ 1995, 288 m.nt. J.M.M. Maeijer (Poot/ABP).
Timmerman 2003b, p. 555.
H.J.M.N. Honée, ‘Aansprakelijkheid in concernverhoudingen’, in: P. Van Schilfgaarde e.a. (red.), De Nieuwe Misbruikwetgeving (Instituut voor Ondernemingsrecht nr. 2), Deventer: Kluwer 1986, p. 101.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel toerekening in de hiervoor bedoelde zin ook plaatsvindt buiten de sfeer van de relatie tussen de natuurlijk persoon en de rechtspersoon (het kan ook tussen twee natuurlijk personen plaatsvinden, zie par. 10.4.5),1 speelt het met name in deze sfeer een belangrijke rol en heeft het leerstuk zich in deze sfeer ook ontwikkeld. Het is daarom goed stil te staan bij het idee van rechtspersoonlijkheid.
De rechtspersoon is een creatie van de mens. Het is een door de wetgever gecreëerde en erkende rechtsvorm. De wet bepaalt in art. 2:5 BW dat een rechtspersoon, voor wat het vermogensrecht betreft, gelijkstaat met een natuurlijk persoon, tenzij uit de wet het tegendeel voortvloeit. Alle rechtspersonen (zowel privaatrechtelijk als publiekrechtelijk) hebben daarmee gemeen dat zij los van de natuurlijk personen die daarbij betrokken zijn als zelfstandig rechtssubject aan het rechtsverkeer kunnen deelnemen. De rechtspersoon is zelfstandig drager van eigen rechten en verplichtingen. Hij kan bezittingen hebben (hij is rechtsbevoegd),2 hij kan zelf rechtshandelingen verrichten en hij kan in rechte optreden (handelingsbevoegd). Dit betekent ook dat de rechtspersoon zelf voor zijn schulden aansprakelijk is en dat de achterliggende natuurlijk personen of rechtspersonen, die wellicht als oprichter, aandeelhouder, verenigingslid of bestuurder nauw met deze rechtspersoon zijn verweven, dat niet zijn.
De rechtspersoon is echter een juridische abstractie. Zonder menselijke tussenkomst/feitelijk handelen zal een rechtspersoon geen (rechts)handelingen kunnen verrichten of een onrechtmatige daad kunnen plegen. Een rechts- persoon kan nu eenmaal niet zelf handelen. Het idee dat een rechtspersoon handelt, is een uitvinding van juristen. Het is een juridische kunstgreep, een fictie.3 De rechtspersoon en de daarbij betrokken natuurlijk personen kunnen dan ook niet los van elkaar worden gezien. De juridische abstractie van de rechtspersoon kan dus nooit in al haar consequenties worden doorgevoerd alsof de rechtspersoon volledig los wordt gezien van de daarbij betrokken natuurlijk personen.4 Deze noodzakelijke samenhang is een gevolg van het accepteren van de abstracte rechtsvorm van de rechtspersoon, voor wie alleen maar verplichtingen kunnen ontstaan door menselijke tussenkomst. Honée schreef ter inleiding op zijn visie op de aansprakelijkheid uit hoofde van art. 2:11 BW in dat verband sprekend: “Bedenkt men dat rechtspersonen, willen zij realiteitsgehalte hebben, voor hun wilsvorming en wilsuiting zijn aangewezen op mensen van vlees en bloed, dan is de rechtspersoon-bestuurder een wat zonderlinge figuur.”5 Dat geldt natuurlijk ook voor de rechtspersoon die géén bestuurder is.
Als we rechtspersoonlijkheid en rechtssubjectiviteit accepteren, accepteren we ook dat het handelen van de rechtspersoon juridisch los moet kunnen worden beoordeeld van het handelen van de natuurlijk persoon die betrokken is bij de rechtspersoon en vice versa. Dat altijd een feitelijk handelen van één of meer natuurlijk personen vooraf zal moeten gaan aan de vaststelling dat een rechtspersoon heeft gehandeld en dat, ter juridische beoordeling van dat handelen, het feitelijk handelen van één of meer natuurlijk personen bepalend zal zijn, maakt dat niet anders. Er zijn namelijk altijd twee of meer rechtssubjecten met eigen rechten en verplichtingen: een of meer natuurlijk personen enerzijds, die door hun eigen feitelijk handelen een verplichting creëren voor de rechtspersoon, en de rechtspersoon anderzijds, die daardoor eveneens handelt. Geen van hen kan zich ontdoen van de op hen, als in Nederland erkend en geaccepteerd rechtssubject, rustende verplichtingen en verantwoordelijkheden, in welke functie of hoedanigheid dan ook. Anders gezegd, geen van hen verliest daarmee rechtssubjectiviteit.
Om zijn doel na te streven moet de rechtspersoon deel uitmaken van het maatschappelijk (economisch) rechtsverkeer. Hij is echter een abstract rechtssubject dat niet kan handelen of aansprakelijk kan zijn zonder het handelen of nalaten van een natuurlijk persoon. Dit probleem, waardoor hij in beginsel niet zou kunnen deelnemen aan het maatschappelijk (economisch) rechtsverkeer, wordt opgelost met het leerstuk van toerekening van dat handelen of nalaten van de natuurlijk persoon aan de rechtspersoon (naast de regels van kwalitatieve aansprakelijkheid, waarover hierna meer). Onderscheid moet worden gemaakt tussen:
Toerekening van kennis en feitelijke handelingen; en
Toerekening door vertegenwoordiging. In de volgende paragrafen zal ik stilstaan bij beide vormen van toerekening.