Einde inhoudsopgave
Antichresis en pandgebruik (O&R nr. 125) 2021/6.6
6.6 Bestaat de zelfstandige antichrese in het Duitse recht?
mr. R. Bobbink, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. R. Bobbink
- JCDI
JCDI:ADS264519:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Sicherungsnießbrauch is in het Duitse recht overigens geen uniform begrip. Het kan duiden op de vestiging van een recht van vruchtgebruik om zekerheid te verschaffen op de vruchten: Schön 1992, p. 370. Het kan echter ook duiden op de vestiging van een recht van vruchtgebruik om een verbintenisrechtelijk gebruiksrecht van een schuldeiser veilig te stellen. Zie over deze laatste betekenis: Schön 1992, p. 371-375; Hauck 2015, p. 209-210.
Pohlmann 2017, nr. 1030.126; Bülow 2017, nr. 511 en nr. 1628d. Vgl. Staudinger/W. Wiegand 2019, nr. 1223.17.
Windscheid/Kipp 1906, p. 1186; Schön 1992, p. 370; Hauck 2015, p. 211; Pohlmann 2017, nr. 1030.126-129.
§2.3.2, §2.3.7 en §2.5.1.
Schön 1992, p. 370; Bülow 2017, nr. 511 en nr. 1628d. Pohlmann 2017, nr. 1030.126-130. Zie voorts skeptisch over de bruikbaarheid van het zekerheidsvruchtgebruik: Schneider 1931.
Naar Duits recht is het mogelijk een Sicherungsnießbrauch1 (zekerheidsvruchtgebruik) te vestigen.2 Het voordeel van een zekerheidsvruchtgebruik voor de schuldeiser is dat hij zijn gesecureerde vordering rechtstreeks voldaan kan krijgen uit de vruchten van het ‘onderpand’. Een zekerheidsvruchtgebruik kan naar mijn mening echter niet gelijkgesteld worden aan de Romeinsrechtelijke zelfstandige antichrese. Het Duitse recht van zekerheidsvruchtgebruik vertoont twee belangrijke verschillen met de Romeinsrechtelijke zelfstandige antichrese. Ten eerste is het goederenrechtelijk niet mogelijk om het recht van zekerheidsvruchtgebruik afhankelijk te maken van de ‘gesecureerde’ vordering. Ten tweede is het goederenrechtelijk niet mogelijk om aan de zekerheidsvruchtgebruiker de verplichting op te leggen de geïnde vruchten in mindering te brengen op de ‘gesecureerde’ vordering. Afspraken die hiertoe strekken, hebben slechts verbintenisrechtelijke werking.3 Kenmerkend voor de zelfstandige antichrese was nu juist dat zij wél afhankelijk was van de gesecureerde vordering, en dat de geïnde vruchten wél van rechtswege in mindering kwamen op de gesecureerde vordering.4 De Duitse rechtsfiguur van zekerheidsvruchtgebruik vindt in de praktijk nauwelijks toepassing en krijgt weinig tot geen aandacht in de literatuur. Als partijen een recht van pandgebruik of executoriaal beheer willen toekennen aan een zekerheidsgerechtigde, bieden het Nutzungspfand en de Zwangsverwaltung hiertoe voldoende mogelijkheden.5