De rechtsverhouding tussen erfpachter en erfverpachter (R&P nr. VG10) 2019/2
2 De rechtsverhouding
Jacqueline Broese van Groenou, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
Jacqueline Broese van Groenou
- JCDI
JCDI:ADS383598:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Genotsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Smits 2015 en Smits 2009, p. 74-75 en p. 114-140 waar de normatief-empirische benadering wordt uitgewerkt, uitgaande van de opvatting dat het recht een wetenschap zou moeten zijn van conflicterende argumenten en waarin, p. 114 ‘bestaande rechtsstelsels (...) worden beschouwd als empirisch materiaal over hoe wordt omgegaan met conflicterende argumenten. De wetenschappelijke methode bestaat er dan in om deze argumenten voor het voetlicht te brengen en de consequenties van de keuze voor het ene argument boven het andere te bespreken’. Nadruk in origineel.
In dit hoofdstuk onderzoek ik de opvattingen over de aard van de rechtsverhouding tussen de hoofdgerechtigde tot een onroerende zaak waarop een beperkt recht van erfpacht is gevestigd en de gerechtigde tot dat beperkte gebruiksrecht. De opvattingen en onderliggende argumenten van de wetgever, de doctrine en de rechtspraak van de Hoge Raad vanaf het ontstaan van de erfpachtwet in de negentiende eeuw tot nu passeren de revue. In par. 2.1 bespreek ik de heersende opvatting over die rechtsverhouding en de verschillende wijzen waarop de vraag of Boek 6 BW op die rechtsverhouding van toepassing is wordt beantwoord. In de par. 2.2-2.4 wordt onderzoek gedaan naar opvattingen over de rechtsverhouding door bestudering van de totstandkoming van de geldende wettelijke regels over erfpachtverhoudingen (par. 2.2), de opvattingen van gezaghebbende auteurs (par. 2.3) en de rechtspraak (par. 2.4). De nadruk ligt op de actuele stand van het recht, maar waar nodig worden verklaringen gezocht in wettelijke regels, meningen van gezaghebbende auteurs en rechtspraak uit het verleden. Opvattingen en argumenten uit gezaghebbende teksten worden daarbij niet beschouwd naar hun juistheid voor het positieve recht, dus vanuit een intern perspectief, maar vanuit wat Smits aanduidt als een extern normatief perspectief waarin wetgeving, literatuur en rechtspraak worden opgevat als bronnen van informatie.1 Par. 2.5 bevat een bespreking van de verschillende opvattingen en de gevolgen daarvan en een eigen inbreng in de dogmatiek in de vorm van een verduidelijking van de rechtsverhouding en de vraag of uit een goederenrechtelijk recht verbintenissen kunnen voortvloeien. Dit kader vormt vervolgens het uitgangspunt voor de jurisprudentiestudies van de volgende hoofdstukken.
2.1 Inleiding rechtsverhouding2.2 Het wettelijk kader2.3 De doctrine over de rechtsverhouding2.4 De rechtspraak over de rechtsverhouding2.5 Verduidelijking rechtsverhouding erfverpachter – erfpachter