Inhoudsopgave
De rechtsverhouding tussen erfpachter en erfverpachter (R&P nr. VG10) 2019/2.3:2.3 De doctrine over de rechtsverhouding
De rechtsverhouding tussen erfpachter en erfverpachter (R&P nr. VG10) 2019/2.3
2.3 De doctrine over de rechtsverhouding
Documentgegevens:
Jacqueline Broese van Groenou, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
Jacqueline Broese van Groenou
- JCDI
JCDI:ADS388443:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Genotsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige paragraaf is geconcludeerd dat de wetgever van de erfpachtwet van 10 januari 1824, die in 1838 in licht gewijzigde vorm werd opgenomen in het Burgerlijk Wetboek, de verbintenisrechtelijke aspecten van de rechtsverhouding tussen erfverpachter en erfpachter niet expliciet had geregeld omdat dit element van de rechtsverhouding buiten de hoofdindeling van goederenrecht en verbintenissenrecht viel en daarmee niet in het stelsel van de wet paste. Het NBW heeft met de introductie van kwalitatieve verbintenissen, schakelbepalingen en open normen een analoge toepassing van verbintenisrechtelijke bepalingen op goederenrechtelijke rechtsverhoudingen mogelijk gemaakt. Hoe die analoge toepassing precies vorm moest krijgen werd overgelaten aan de rechtspraktijk. In deze paragraaf wordt nagegaan hoe de rechtsgeleerde auteurs sinds de invoering van het OBW in 1838 deze problematiek hebben beoordeeld. In de volgende paragraaf komt de rechtspraak aan bod.
2.3.1 Inleiding doctrine2.3.2 Verbintenissen uit de wet2.3.3 Verbintenissen met zakelijke werking2.3.4 Zakelijke rechtsvorderingen2.3.5 Het rechtskarakter van de canonverplichting2.3.6 De relatieve kant van de rechtsverhouding2.3.7 Kwalitatieve verbintenissen2.3.8 De lijn Eggens2.3.9 Nieuw BW2.3.10 Samenvatting doctrine