Uitkoop van minderheidsaandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/9.2.2.g:9.2.2.g Wettelijke rente en dividend
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/9.2.2.g
9.2.2.g Wettelijke rente en dividend
Documentgegevens:
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS599998:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over wettelijke rente: Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II 2009/212 e.v. Het gaat daarbij niet om de wettelijke handelsrente van art. 6:119a BW, maar om de wettelijke rente van art. 6:119 BW, zie ook Josephus Jitta onder JOR 2012/110. De wettelijke rente staat sinds 1 juli 2012 op 3%, zie Besluit van 25 juni 2012, Stb. 2012, 285.
Kamerstukken II 1984-1985, 18 904, nr. 3, p. 8. Zie in dezelfde bewoordingen OK 8 mei 2008, ARO 2008/95 (HP Indigo).
Kamerstukken II 1984-1985, 18 904, nr. 3, p. 8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De OK stelt de prijs vast op de waarde die de over te dragen aandelen hebben op een door haar te bepalen dag. Dit moment is de peildatum (§ 9.4.2). Vanaf de peildatum wast op grond van art. 2:92a/201a lid 5 BW en art. 2:359c lid 6 BW de wettelijke rente bij de vastgestelde prijs aan, tot het moment dat de uitkoper de prijs heeft betaald.1 Hiermee is beoogd dat ‘de uitkoper ertoe (noopt) niet te dralen met overnemen’.2
Voorts volgt uit dezelfde bepalingen dat de uitkeringen op de aandelen die in hetzelfde tijdvak (het moment van prijsbepaling tot de overdracht) betaalbaar zijn gesteld, op de dag van betaalbaarstelling strekken tot gedeeltelijke bepaling van de prijs. De reden hiervoor is dat volgens de wetgever in de vastgestelde prijs de rentabiliteitsverwachting op de aandelen al is verwerkt.3