Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/9.1.5
9.1.5 Verordening (EU) nr. 1174/2011
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS458909:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Punt 11 van de considerans en artikel 1, tweede lid, Verordening (EU) nr. 1174/2011.
Artikel 3, eerste en tweede lid, Verordening (EU) nr. 1174/2011.
Artikel 3, eerste lid, Verordening (EU) nr. 1174/2011.
Artikel 8, derde lid, Verordening (EU) nr. 1176/2011.
Artikel 3, tweede lid, sub a, Verordening (EU) nr. 1174/2011.
Artikel 3, eerste lid, Verordening (EU) nr. 1174/2011.
Artikel 3, tweede lid, sub b, Verordening (EU) nr. 1174/2011.
Artikel 3, vijfde lid, Verordening (EU) nr. 1174/2011.
Artikel 3, derde lid, Verordening (EU) nr. 1174/2011.
Artikel 5, eerste lid, Verordening (EU) nr. 1174/2011.
Verordening (EU) nr. 1174/2011 gaat in op de vraag hoe de verbetering van buitensporige macro-economische onevenwichtigheden moet worden gehandhaafd. Omdat deze verordening de mogelijkheid biedt om sancties op te leggen, geldt deze, net als Verordening (EU) nr. 1173/2011, alleen voor de eurolanden.1
Op grond van deze verordening zijn twee typen sancties mogelijk: een rentedragend deposito en een jaarlijkse boete.2 De Raad legt op aanbeveling van de Europese Commissie een rentedragend deposito op als hij concludeert dat een lidstaat in het kader van de procedure bij buitensporige onevenwichtigheden niet de aanbevolen corrigerende maatregelen heeft genomen.3
Een jaarlijkse boete kan in twee gevallen worden opgelegd. Het eerste moment bevindt zich vrij vroeg in de onevenwichtighedenprocedure, namelijk als een lidstaat een plan met corrigerende maatregelen voorstelt. De Raad dient dit voorstel, zoals hierboven beschreven, te beoordelen. Als de Raad het plan ontoereikend vindt, stelt hij in een aanbeveling vast dat de lidstaat een nieuw plan met corrigerende maatregelen moet indienen.4 Als de Raad binnen dezelfde onevenwichtighedenprocedure twee van zulke aanbevelingen heeft vastgesteld, kan een boete worden opgelegd.5
Het tweede moment ziet op dezelfde situatie als de mogelijkheid om een rentedragend deposito op te leggen, namelijk als de Raad concludeert dat een lidstaat in het kader van de procedure bij buitensporige onevenwichtigheden niet de aanbevolen corrigerende maatregelen heeft genomen. Als dit de eerste keer wordt vastgesteld, dan kan de Raad een rentedragend deposito opleggen.6 Stelt de Raad dit echter binnen dezelfde onevenwichtighedenprocedure voor de tweede keer vast, dan wordt het deposito omgezet in een jaarlijkse boete.7 Het deposito en de jaarlijkse boete bedragen 0,1 procent van het bbp van de betrokken lidstaat in het voorgaande jaar.8 Boetes worden toegewezen aan het ESM.9
Bovengenoemde besluiten van de Raad worden genomen met omgekeerde gekwalificeerde meerderheid.10 De Raad besluit steeds op aanbeveling van de Europese Commissie. Als de Raad niet binnen tien dagen na aanneming van een aanbeveling door de Commissie met gekwalificeerde meerderheid de aanbeveling heeft verworpen, dan wordt het besluit geacht te zijn aangenomen. Binnen de Raad hebben alleen de eurolanden stemrecht bij het opleggen van deze maatregelen, waarbij geen rekening wordt gehouden met de stem van de betrokken lidstaat.11