Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures
Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/3.2.7:3.2.7 Ondernemingsrecht en vennootschappelijk belang
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/3.2.7
3.2.7 Ondernemingsrecht en vennootschappelijk belang
Documentgegevens:
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708267:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 1 april 1949, NJ 1949/465 (Doetinchemse IJzergieterij).
Zie over de ontwikkeling van het vennootschappelijk belang De Jongh 2014, nr. 154 en par. 10.1 en Timmerman 2018.
Zie voor algemene besprekingen van het vennootschappelijk belang na Cancun onder meer Schwarz, TvOB 2018, afl. 4; Schwarz, TvOB 2018, afl. 5; Assink, WPNR 2016, afl. 7111 en Assink, WPNR 2016, afl. 7112.
HR 4 april 2014, NJ 2014/286, r.o. 4.2.1 en 4.2.2 (Cancun).
Timmerman 2018, p. 75-76.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De ontwikkeling van het faillissement als procedure waarin alleen de belangen van de gezamenlijke schuldeisers worden behartigd, tot een procedure waarin diverse belangen meegewogen worden, sluit aan bij de ontwikkeling die het ondernemingsrecht heeft doorgemaakt. Waar ‘het belang van de vennootschap’ als norm na de introductie van het begrip in 19491 in eerste instantie gelijkgesteld werd aan het belang van de aandeelhouders, is van een gelijkstelling tegenwoordig geen sprake meer.2 In de Cancun-beschikking overweegt de Hoge Raad dat de betekenis van het vennootschappelijk belang afhangt van de omstandigheden van het geval, maar bij een vennootschap die een onderneming drijft in de regel wordt bepaald door het bevorderen van het bestendig succes van de onderneming.3 Het bestuur, dat zich op grond van artikel 2:129/239 lid 5 BW moet richten naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming, moet bij de vervulling van zijn taak naar het oordeel van de Hoge Raad voorts ‘mede op grond van het bepaalde in art. 2:8 BW, zorgvuldigheid (…) betrachten met betrekking tot de belangen van al degenen die bij de vennootschap en haar onderneming zijn betrokken. Deze zorgvuldigheidsverplichting kan meebrengen dat bestuurders bij het dienen van het vennootschapsbelang ervoor zorgen dat daardoor de belangen van al degenen die bij de vennootschap of haar onderneming zijn betrokken niet onnodig of onevenredig worden geschaad’.4
Timmerman schrijft over Cancun:
‘De Hoge Raad legt in de Cancun-beschikking ook uit dat zich de situatie kan voordoen dat conflicterende belangen om voorrang strijden. Kennelijk wil de Hoge Raad (r.o. 4.2.2) dat de leiding van een vennootschap met behulp van het proportionaliteitsbeginsel aan de verschillende belangen recht doet. Het idee dat uiteenlopende belangen tegen elkaar dienen te worden afgewogen, is in overeenstemming met de Nederlandse (polder)traditie. Die komt erop neer dat niet een bepaald belang bij voorbaat voorrang heeft, maar er na overleg pragmatische compromissen over die uiteenlopende belangen gesloten moeten worden.’5
Mijns inziens kan het richtsnoer voor de taakvervulling van het bestuur van een kapitaalvennootschap zoals de Hoge Raad dat verwoordt in de Cancun-beschikking van dienst zijn bij het formuleren van de wijze waarop in faillissement rekening gehouden moet worden met belangen van maatschappelijke aard. In de volgende paragraaf wordt daarop verder ingegaan. Daarbij worden de gezichtspunten die in hoofdstuk 2.3 zijn geformuleerd betrokken.