Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden
Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/6.5.1.0:6.5.1.0 Introductie
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/6.5.1.0
6.5.1.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS301887:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze kwalificatie wordt ook in de rechtspraak gehanteerd, zie bijv. Rb. Alkmaar 6 april 2005, NJF 2006, 383 en Hof Arnhem 19 maart 2007, NJF 2007, 377.
Den Tonkelaar 1994, p. 76 e.v.
11R 7 december 2001, NJ 2002, 494 (Probis/De Smedt).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Allereerst de kwalificatie van voorbehouden als opschortende voorwaarden. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij Afdeling 5 van Titel 1 van Boek 6 BW (de artt. 6:21 e.v.), handelend over voorwaardelijke verbintenissen. Art. 6:21 definieert het begrip "voorwaardelijke verbintenis" als een verbintenis waarvan de werking van een toekomstige, onzekere gebeurtenis afhankelijk is gesteld. Veelal zal een voorbehoud in de door mij gehanteerde definitie als zodanig kwalificeren. Het eindresultaat van de onderhandelingen (in veel gevallen: de totstandkoming van de overeenkomst waarover werd onderhandeld) wordt afhankelijk gesteld van het intreden van een bepaalde voorwaarde. Juridisch is dan sprake van een opschortende voorwaarde in de zin van art. 6:22 BW.1 De overeenkomst tussen partijen bestaat in die situatie reeds, zij het "sluimerend".2 De bewijslast van de stelling dat de opschortende voorwaarde is vervuld, rust op de partij die aan de overeenkomst rechten meent te kunnen ontlenen.3