Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/28.1:28.1 Inleiding
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/28.1
28.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS487263:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 719 BW (oud) werd het volgende bepaald:
‘Voetpaden, dreven of wegen aan verscheidenen geburen gemeen, en welke hun tot eenen uitweg dienen, kunnen niet dan met gemeene toestemming worden verlegd, vernietigd of tot een ander gebruik gebezigd, dan waartoe dezelve zijn bestemd geweest.’
In de praktijk werden deze ‘voetpaden, dreven of wegen’ kortweg ‘buurwegen’ genoemd. Heel mooi wordt de buurweg omschreven door Korteweg aldus:
‘bedoeld zijn wegen, waarvan, binnen de grenzen hunner bestemming, de rechthebbenden op de betrokken perceelen gerechtigd zijn zoodanig gebruik te maken of te doen maken, als nuttig of noodig is om die percelen aan hun doel, waarvoor zij gebezigd worden te doen beantwoorden.’1
Naar huidig recht kunnen geen buurwegen meer ontstaan.2 Art. 719 BW (oud) is komen te vervallen bij de invoering van het huidige Burgerlijk Wetboek.
De ten tijde van de invoering van het huidige Burgerlijk Wetboek bestaande buurwegen zijn ingevolge art. 160 Overgangswet blijven bestaan.
In dit hoofdstuk komt onder andere de vraag aan de orde of buurwegen mandelig (kunnen) zijn.