De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV
Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/9.2.1:9.2.1 Herziening van het ondernemingsrecht door de Commissie Verdam
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/9.2.1
9.2.1 Herziening van het ondernemingsrecht door de Commissie Verdam
Documentgegevens:
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS375824:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 3.1.2.2.
Commissie Verdam (1964).
De werknemers van een dergelijke structuurvennootschap zouden dan via de ondernemingsraad invloed moeten hebben op de samenstelling van de raad van commissarissen. Zie SER-advies 1969/14, p. 21-22.
Van der Heijden/Van der Grinten, Handboek (1992), nr. 30.
Commissie Verdam (1964), p. 64-68.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de enquêteregeling van 1928 komt de bevoegdheid om een enquête te verzoeken enkel toe aan aandeelhouders van bepaalde NV’s.1 De eerste en belangrijkste aanzet tot een verandering van dit karakter brengt de wetswijziging van het enquêterecht in 1971. Aan de wieg van deze wijziging staat de Commissie Verdam. Zij publiceert op 26 november 1964 een advies over de herziening van het ondernemingsrecht.2 In dit rapport formuleert de Commissie Verdam een viertal concrete wetsvoorstellen over het enquêterecht, een wet op de jaarrekening voor ondernemingen, een nieuwe wettelijke regeling van de ondernemingsraden en een verplichte structuurregeling van de grote NV waarbij bepaalde bevoegdheden die bij een gewone NV aan de aandeelhoudersvergadering toekomen worden toebedeeld aan de raad van commissarissen.3 De op dit rapport gebaseerde wettelijke regeling van de jaarrekening, de verplichte structuurregeling en de herziening van het enquêterecht hebben in zekere mate dan ook een gemeenschappelijk grondslag:
“Zij berusten op de gedachte, dat de wet een grotere openheid in de vennootschappelijke verhoudingen tot stand dient te brengen en dat een zekere invloed en zeggenschap van werknemers, in het bijzonder bij de grote vennootschap behoort te worden verwezenlijkt.”4
De voorstellen inzake de wijziging van het enquêterecht zijn onderverdeeld in drie categorieën: 1) verruiming van de mogelijkheden tot het uitlokken van een enquête; 2) het treffen van voorzieningen indien de noodzaak daartoe uit het enquêteverslag blijkt; en 3) wijziging van de processuele voorschriften zoals destijds neergelegd in artikel 53 e.v. WvK.5 Onder de eerste categorie zijn twee (sub)voorstellen uitgewerkt die van belang zijn voor dit onderzoek. Dit betreft het voorstel om het instellen van een enquêteverzoek ook vanuit werknemerszijde mogelijk te maken en het voorstel om aan het Openbaar Ministerie de bevoegdheid te verlenen om een enquête te verzoeken. Op enquêtebevoegdheid van de A-G kom ik terug in hoofdstuk 10.