Grenzen van het strafrecht in de voorfase
Einde inhoudsopgave
Grenzen van het strafrecht in de voorfase (SteR nr. 60) 2023/6:6 Slotbeschouwing
Grenzen van het strafrecht in de voorfase (SteR nr. 60) 2023/6
6 Slotbeschouwing
Documentgegevens:
mr. E.A.J. Nab, datum 12-01-2023
- Datum
12-01-2023
- Auteur
mr. E.A.J. Nab
- JCDI
JCDI:ADS715524:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit onderzoek toont hoe vier klassieke beginselen van het materiële strafrecht – het daadstrafrechtbeginsel, het materiële wederrechtelijkheidsbeginsel, het ultimum remedium-beginsel en het lex certa-beginsel – worden geïnterpreteerd in het kader van de juridische discussie over de grenzen van het strafrecht in de voorfase en tot welke consequenties dat leidt voor wat betreft de grenzen van het strafrecht in de voorfase. Daartoe is ieder van deze beginselen steeds geïnterpreteerd vanuit drie verschillende perspectieven – het liberale perspectief, het communitaristische perspectief en het functionalistische perspectief – die voortvloeien uit de literatuur over strafbaarheid in de voorfase. Hierna wordt eerst kort samengevat welke bevindingen dat heeft opgeleverd met betrekking tot het strafrecht in de voorfase (§6.1). Deze bespiegeling wordt gevolgd door een aantal meer algemene beschouwingen met betrekking tot de vier behandelde strafrechtelijke rechtsbeginselen (§6.2) en de drie genoemde perspectieven (§6.3), mede met het oog op toekomstig onderzoek. Zodoende komen alle drie de kernonderdelen uit de hoofdvraag aan bod.
6.1 Beschouwingen met betrekking tot de voorfase6.2 Beschouwingen met betrekking tot de beginselen6.3 Beschouwingen met betrekking tot de perspectieven6.4 Afronding