Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/11.2.1:11.2.1 Samenwerkingsverbanden
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/11.2.1
11.2.1 Samenwerkingsverbanden
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS611447:1
- Vakgebied(en)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Schenkbelasting
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2007/08, 31 065, nr. 9, p. 9.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals is opgemerkt in hoofdstuk 7, creëert een samenwerkingsverband verbondenheid tussen de participanten onderling en tussen de participanten en het samenwerkingsverband. Voor de heffing van inkomsten- en vennootschapsbelasting komt deze verbondenheid tot uitdrukking in de fiscale transparantie van samenwerkingsverbanden. In dit verband is bij de behandeling van het wetsvoorstel ‘Invoering van titel 7.13 BW’ (31 065) opgemerkt dat de OVR en CVR, evenals de OV en CV, ook transparant zullen zijn voor de heffing van het successie- en schenkingsrecht.1 Dit vloeit voort uit art. 1 lid 6 en 7 (voorstel) SW 1956. Op basis van deze bepalingen zullen erfrechtelijke verkrijgingen en schenkingen door een OVR voor de toepassing van de SW 1956 worden toegerekend aan de achterliggende vennoten. Ook voor de fiscale transparantie voor het successie- en schenkingsrecht geldt dat de CVR niet afzonderlijk wordt genoemd in art. 1 lid 6 en 7 (voorstel) SW 1956. Een bepaling overeenkomstig art. 3.7 lid 2 (voorstel) Wet IB 2001, waarin is verduidelijkt dat de CVR dezelfde fiscale behandeling krijgt als de OVR, ontbreekt. In hoofdstuk 10 heb ik reeds betoogd dat, rekening houdend met art. 7:804 lid 2 (voorstel) BW, hierdoor onnodig de vraag kan rijzen of de CVR voor de toepassing van het successie- en schenkingsrecht als rechtspersoon moet worden beschouwd. In art. 7:804 lid 2 (voorstel) BW wordt immers bepaald dat, voor zover niet anders blijkt, met het begrip ‘rechtspersoon’ buiten Titel 13 Boek 7 BW niet mede wordt gedoeld op de OVR en CVR.
Zoals in hoofdstuk 10 is toegelicht, zal de fiscale transparantie van de OVR en CVR niet gelden voor de heffing van overdrachtsbelasting. Met het oog op de samenloop van de heffingen van de WBR en de SW 1956 zal daarom in art. 24 lid 3 (voorstel) SW 1956 worden bepaald dat de door een OVR of CVR betaalde overdrachtsbelasting door de achterliggende vennoten in mindering kan worden gebracht op het door hun verschuldigde successie- of schenkingsrecht.