De woon- en vestigingsplaats in de BTW
Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/9.3.1:9.3.1 Inleiding
Archief
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/9.3.1
9.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS399956:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Omdat mijns inziens tussen zetel van bedrijfsuitoefening en vaste inrichting geen belastbare prestaties plaatsvinden, neemt de ondernemer met verscheidene vestigingen een bijzondere positie in wanneer het recht op aftrek van voorbelasting moet worden bepaald. Het recht op aftrek van voorbelasting kan niet simpelweg worden bepaald door naar één bepaalde vestiging te kijken. Wanneer het gaat om de vraag hoe het recht op aftrek van voorbelasting van een ondernemer met een vaste inrichting in een ander land moet worden bepaald, zal eerst moeten worden bezien hoe het aftrekrecht van een ondernemer in het algemeen wordt bepaald. In paragraaf 9.3.2 wordt daarom aandacht besteed aan de regels die hiervoor gelden. Deze regels kunnen vervolgens worden gebruikt om te onderzoeken hoe het aftrekrecht moet worden bepaald van een ondernemer die een vaste inrichting heeft in een ander land (paragraaf 9.3.3). In paragraaf 9.3.4 zal ten slotte worden ingegaan op het recht op aftrek van voorbelasting in relatie tot art. 192bis btw-richtlijn.