Privacyrecht is code
Einde inhoudsopgave
Privacyrecht is code (R&P nr. ICT1) 2010/7.9.4:7.9.4. PET-gevoelige organisaties
Privacyrecht is code (R&P nr. ICT1) 2010/7.9.4
7.9.4. PET-gevoelige organisaties
Documentgegevens:
drs. J.J.F.M. Borking, datum 26-05-2010
- Datum
26-05-2010
- Auteur
drs. J.J.F.M. Borking
- JCDI
JCDI:ADS575270:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Porter & Miller, 1985, p. 149-160.
Earl, 1989, p. 62.
Borking, 2002, p. 196-202.
Bedrijfseconomisch begrip: een opeenvolging van elkaar afhankelijke activiteiten waarbij in elke schakel van het proces een waardetoevoegende activiteit plaatsvindt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de zogenaamde primaire activiteiten en de ondersteunende activiteiten.
Porter & Millar, 1985, p. 150-151.
Ribbers, 2007 (A), p. 26.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De premisse is dat een organisatie die gevoelige informatie beheert en verwerkt waardoor persoonsgegevens moeten worden beschermd, potentieel PET zou kunnen gebruiken. Porter & Millar1 hebben een reikwijdtematrix ontwikkeld die de intensiteit van de informatie in bedrijfsprocessen kwantificeert. Met het reikwijdtemodel is te zien hoe informatie ontwikkeld en gebruikt kan worden om concurrentievoordeel te behalen.2 Met deze matrix zou ook de groep van organisaties in kaart kunnen worden gebracht die PET potentieel zou kunnen toepassen.3 De verticale (Y-)as in figuur 7.7 meet de informatieintensiteit van de `value chain' (de technologische en economische activiteiten van een bedrijf). Bijvoorbeeld: de informatieintensiteit in de cementindustrie is laag, terwijl die van een uitgever hoog is. De horizontale (X-)as geeft de mate van de informatie-inhoud van het product of dienst. De informatie-inhoud van aardolieproducten is laag, terwijl die voor bancaire producten hoog is.4
Een hoge informatie-intensiteit in de waardeketen treedt op bij:
een bedrijf dat direct handelt met een grote groep aanbieders;
een product dat een grote hoeveelheid informatie vereist om te kunnen worden verkocht;
een productlijn met veel onderscheidende productvariëteiten;
een product dat uit veel onderdelen bestaat;
een product dat in een groot aantal stappen gefabriceerd wordt;
een product dat een lange verkoopcyclus heeft variërend van de initiële order tot de aflevering van het product.5
Zoals hierboven is uiteengezet, bepaalt de JAM-maturiteit van de organisatie mede de potentiële PET-vraag om aan de wettelijke eisen voor privacybescherming te voldoen.
Figuur 7.7: PET-vraagindicatie, Borking, 2002, p. 197. De Y-as meet de informatie-intensiteit van de `value chain'. De X-as geeft de mate van de informatie-inhoud van het product of dienst.
Zoals is te zien in figuur 7.7 komen in het bovenste rechterkwadrant organisaties voor die met een hoge informatie-intensiteit (en verwerking van persoonsgegevens) te maken hebben en die dus het meest in aanmerking komen om PET toe te passen. Het onderzoek van Ribbers bevestigt dit en voegt toe dat die organisaties ook de beste financiële en technische mogelijkheden hebben om een dergelijke bescherming in hun bedrijfsprocessen te incorporeren.6