Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/2.2.3.2
2.2.3.2 Aanvullende toelichtingen
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649797:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Abma e.a. 2017, p. 184-185.
Abma e.a. 2017, p. 184-185 met verwijzing naar Abma 2008, p. 109-117. Ik noem ook de aanvullende toelichting op het voorstel tot wijziging van het bezoldigingsbeleid van het bestuur bij Koninklijke Ahold NV in 2015. Zie https://www.aholddelhaize.com/media/1735/2015_agendaplusexplanatory_notes_agm_ahold_-en.pdf.
OK 14 maart 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:929, JIN 2016/82 m.nt. Oostlander (Highfields c.s/Delta Lloyd), r.o. 3.11.
Art. 5:25 ka lid 1 aanhef en onder c Wft lijkt te zeggen dat de vennootschap waarop dit artikel van toepassing is slechts discussiepunten hoeft toe te lichten. Uit de wetsgeschiedenis blijkt echter dat het voorschrift op alle agendapunten ziet. Ook besluitpunten moet de vennootschap toelichten (Kamerstukken II 2008/09, 31 746, nr. 3 (MvT), p. 30.
Vgl. Dumoulin 2003, p. 56 en Westrate 1935, p. 58-59.
https://www.besi.com/fileadmin/data/Investor Relations/AGM/2019/3b_-_Additional_information_of_Besi_s_Remuneration_Committee.pdf. Waarover ook Abma 2019a, p. 816.
Kamerstukken II 2004/05, 30 019, nr. 3 (MvT), p. 10 en Kamerstukken II 2004/05, 30 019, nr. 7 (Nota n.a.v. het Verslag), p. 8).
Zie art. 49c lid 1 Wge en art. 2:117b lid 1 en lid 3 BW. Uit Kamerstukken II 2008/09, 32 014, nr. 3 (MvT) blijkt ook dat het uitgangspunt van art. 49c Wge is dat de investeerders vóór de algemene vergadering (lees: vóór het uitbrengen van hun stem) in staat moeten zijn om kennis te nemen van de ontvangen informatie. In het geval dat een vennootschap gebruik maakt van art. 2:117b lid 1 BW, betekent dit dat uiterlijk op de registratiedatum alle informatie geopenbaard moet zijn.
Abma e.a. schrijven dat het bij beursvennootschappen voorkomt dat na de tijdige publicatie van de agenda inclusief toelichtingen de vennootschap nog een aanvullende, schriftelijke toelichting op een bepaald agendapunt openbaart. Meestal gaat daaraan vooraf een verzoek van een aandeelhouder die zijn stemgedrag ten aanzien van het (voor hem) onduidelijke agendapunt wil bepalen.1 Als voorbeeld noemen Abma e.a. de aanvullende toelichting ter verduidelijking van de omvang van de gevraagde machtiging om eigen aandelen in te kopen.2 Ook bij niet-beursvennootschappen komen aanvullende toelichtingen voor. Het gaat om aanvullende, schriftelijke toelichtingen die voorafgaand aan de vergadering worden verstrekt. Iets anders zijn de op grond van art. 2:107 lid 2/217 lid 2 BW ter vergadering gegeven toelichtingen.
Een aanvullende toelichting is vanzelfsprekend toelaatbaar wanneer deze is gepubliceerd voordat de uiterlijke oproepingsdatum is verstreken (zie in dit verband ook par. 2.4.1). Hierna spreekt de toelaatbaarheid niet langer vanzelf. Om te voorkomen dat stemgerechtigden die middels een gerichte volmacht of steminstructie stemmen, hun stemgedrag op basis van minder informatie moeten bepalen dan degenen die dat niet doen, dienen aanvullende toelichtingen slechts beperkt te worden toegestaan nadat de uiterlijke oproepingsdatum is verstreken. Ik bedoel daarmee te zeggen dat de verstrekking van de aanvullende informatie alleen geoorloofd is wanneer de datum van verschijning niet te dicht ligt op de datum waarop de stemgerechtigden uiterlijk hun stemgedrag moeten bepalen. De OK achtte in Highfields c.s/Delta Lloyd een tussenliggende periode van veertien dagen aanvaardbaar.3 Daarbij nam de OK mede in aanmerking dat de datum waarop de aanvullende informatie zou volgen reeds bij de oproeping was gecommuniceerd. Als aan de verstrekking van de aanvullende informatie een verzoek van een stemgerechtigde ten grondslag ligt, is dat per definitie niet het geval. Een dergelijk verzoek wordt pas na de oproeping gedaan, omdat eerst dan de stemgerechtigde weet of hij voor het bepalen van zijn stem aanvullende informatie wenst.
Ook wanneer de datum van nadere toelichting niet bij de oproeping is gecommuniceerd lijkt mij – mits dit niet te laat gebeurt – het aanvullen van de toelichting toegestaan. Wat als ‘te laat’ heeft te gelden is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. In geval van een beursvennootschap kunnen de veertien dagen uit de Delta Lloyd- beschikking naar mijn mening als richtsnoer dienen.
Art. 5:25ka lid 1 aanhef en onder c Wft maakt het verschaffen van aanvullende toelichtingen na de aanvang van de oproepingstermijn bij vennootschappen waarop dit artikel van toepassing is ook niet onmogelijk. Het artikel spreekt immers over ‘een’ toelichting van het bestuur en niet de toelichting van het bestuur waarvan de aandeelhouders uiterlijk op de tweeënveertigste dag voor de dag van de algemene vergadering via de website van de vennootschap in kennis moeten worden gesteld.4
Een aanvullende toelichting strekt ter nadere verduidelijking van een agendapunt. Zij mag er niet toe leiden dat het onderwerp wijzigt. Art. 2:114 lid 2/224 lid 2 BW staat daaraan in de weg. Wel zou een aanvullende toelichting feitelijk een amendering van het oorspronkelijke agendapunt kunnen zijn. Met amendering bedoel ik: het aanbrengen van een wijziging in het voorstel dat aan de algemene vergadering wordt voorgelegd. Een amendement blijft dus binnen de grenzen van het geagendeerde onderwerp, maar wijzigt het concrete voorstel. De wijziging van het voorstel mag niet zodanig zijn dat de strekking van het voorstel wezenlijk verandert. Als dat wel het geval is, is sprake van een nieuw voorstel, welk in een volgende vergadering behandeld dient te worden.5 Zie over amendering voorafgaand aan en tijdens de vergadering par. 2.4.4.2 en par. 2.4.4.3.
Bij de algemene vergadering van BE Semiconductor Industries NV van 26 april 2019 werd onder het mom van een aanvullende toelichting een voorstel feitelijk geamendeerd. Als “additional information on agenda item 3b” werd twee weken voorafgaand aan de vergadering vermeld: “After further consideration of AGM agenda item 3b, the Supervisory Board has decided to change the proposed Remuneration Policy 2020 – 2023. This change relates to the elimination of the discretion of the Supervisory Board to apply a performance adjustment after the three-year performance period of the Long-Term Incentive. Under the proposed Remuneration Policy 2020 – 2023 it will not be possible anymore to either upward or downward adjust the number of Performance Shares that will vest with a maximum of 20%.”6 De rvc amendeert hier voorafgaand aan de vergadering, waarover par. 2.4.4.2.
Een aanvullende toelichting verschaft extra informatie die van belang kan zijn voor het bepalen van het stemgedrag van stemgerechtigden. Zij strekt – zoals gezegd – ter nadere verduidelijking van een agendapunt. Het moet daarom worden aangenomen dat wanneer voorafgaande stemming ex art. 2:117b lid 1/227b BW openstaat en voorafgaand aan de vergadering ook daadwerkelijk stemmen zijn uitgebracht, het geven van aanvullende toelichtingen nadien niet toelaatbaar is. Zo wordt voorkomen dat stemgerechtigden die voorafgaand aan de vergadering stemden hun stem uitbrachten op basis van minder informatie dan degenen die ter vergadering stemmen. Het is belangrijk dit te voorkomen omdat voorafgaand aan de vergadering uitgebrachte stemmen niet herroepen kunnen worden.7 De vennootschap met in haar statuten een bepaling als bedoeld in art. 2:117b lid 1/227b BW doet er aldus verstandig aan om alle relevante informatie omtrent de agendapunten uiterlijk de achtentwintigste (NV) respectievelijk dertigste (BV) dag voor die van de vergadering geopenbaard te hebben.
In lijn met het voorgaande meen ik dat wanneer bij een vennootschap stemmen via een gerichte volmacht worden uitgebracht en/of een bepaling als bedoeld in art. 2:117b lid 1/227b BW in de statuten is opgenomen, dit van invloed is op het recht op inlichtingen als bedoeld in art. 2:107 lid 2/217 lid 2 BW. Dat (veel) stemmen ofwel voorafgaand aan de vergadering, ofwel via een gerichte volmacht of een steminstructie zijn uitgebracht, kan een zwaarwichtig belang vormen om ter vergadering geen of minder aanvullende informatie meer te verstrekken.
Een uitzondering is denkbaar wanneer bij de oproeping of (naar aanleiding van een verzoek van een stemgerechtigde) in de periode tussen de datum van oproeping en de datum waarop de eerste stem voorafgaand aan de vergadering is uitgebracht, een latere datum is aangekondigd waarop aanvullende informatie zal volgen. Iedere stemgerechtigde kan dan bij het uitbrengen van zijn stem alsnog rekening houden met de extra informatie.
In verband met het voorgaande meen ik dat de vennootschap aan een op art. 49c Wge geënt informatieverspreidingsverzoek dat na de registratiedatum van art. 2:117b lid 3 BW, maar uiterlijk de zevende werkdag voor de vergadering ontvangen is (zie art. 49c lid 2 Wge) geen gehoor hoeft te geven. De vennootschap moet het informatieverzendingsverzoek in het geval dat voorafgaande stemming openstaat, naar mijn mening uiterlijk drie werkdagen vóór de registratiedatum ontvangen hebben.8 Hoewel de vennootschap volgens de wet de te verstrekken informatie met de meeste spoed dient te verzenden, moeten haar in elk geval de drie werkdagen van art. 49c lid 1 Wge gegund worden. Zij kan immers informatie vanwege de inhoud weigeren te openbaren.9 Om in dezen een weloverwogen besluit te kunnen nemen, is de termijn van minimaal drie werkdagen nodig. Ik zou willen aannemen dat de vennootschap in de oproeping moet vermelden wanneer zij uiterlijk een informatieverzendingsverzoek ontvangen dient te hebben.
Het zij opgemerkt dat aandeelhouders (of anderen) ook, en gemakkelijker, via moderne communicatiemiddelen informatie over agendapunten kunnen verspreiden. Die mogelijkheid laat evenwel onverlet dat als de vennootschap verzocht wordt informatie te verspreiden, aan de vereisten van art. 49c Wge moet worden voldaan.