Einde inhoudsopgave
Vertrouwen voorop (IVOR nr. 114) 2019/5.3
5.3 Stelsel van onafhankelijk intern toezicht
E.V.A. Eijkelenboom, datum 01-05-2019
- Datum
01-05-2019
- Auteur
E.V.A. Eijkelenboom
- JCDI
JCDI:ADS603727:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II, 2016/17, 34677, 3, p. 5-6 en p. 18-22. Samen met Boonzaaijer en In ’t Veld merkte ik eerder op dat het een logische keuze is dat de wetgever zich richt op maatregelen die de accountantsprestatie op afgeleide wijze positief beïnvloeden omdat het aantal incidenten daardoor naar verwachting zal verminderen waardoor de prestatiekloof verkleint. Zie Boonzaaijer, Eijkelenboom en In ’t Veld 2016, p. 271. Een ander voorbeeld van (indirecte) beïnvloeding van de kwaliteit van de oordeelsvorming van accountants is te vinden in de inrichting van human resource management bij accountantsorganisaties. Zie: Klüth 2010, p. 246.
Zie bijvoorbeeld het rapport ‘In het publiek belang’ (NBA 2014) waarin nadrukkelijk aandacht is voor cultuurverandering en verbetering binnen de accountantsorganisatie.
Kamerstukken II, 2016/17, 34677, 3, p. 5-6. Het AFM onderzoek naar de werking van de verander- en verbetertrajecten in de praktijk is in de zomer van 2017 verschenen, zie AFM 2017b.
Zie Tervoort 2015, p. 13.
Blijkens het AFM vergunningenregister – te raadplegen op afm.nl – hebben 18 van de 291 (6%) Nederlandse accountantsorganisaties de rechtsvorm maatschap op 10 augustus 2018.
Maatschapsstructuren duidde ik hiervoor (par. 4.3.) als samenwerkingsverbanden van accountants die gehuld zijn in een kapitaalvennootschappelijk jasje maar de kenmerken dragen van de maatschap.
Zie Tervoort 2015, p. 13, die deze trend signaleert. Zie in lijn hiermee Van der Waals die concludeert dat de maatschap “klassiek en expliciet geschikt [is] voor beroepsuitoefening” en daarnaast “een organisatiestructuur [biedt] die van nature gericht is op gelijkwaardige samenwerking (platte organisatiestructuur). Tevens is ze (zeer) flexibel in te richten en daarmee aan te passen aan de specifieke wensen van de beroepsbeoefenaren.” Van der Waals 2017, p. 284.
Zie bijv. MCA 2016, p.14 en 65. De MCA duidt het partnermodel hier als ‘wicked problem’, een lastig bespreekbaar en lastig oplosbaar probleem. “Accountantskantoren moeten qua besturing meer gaan lijken op normale bedrijven.” Stelt de AFM in een artikel uit 2014 in het Het Financieele Dagblad, zie Piersma 2014a.
MCA 2016, p. 14 en p. 67.
Pargendler 2016, p. 361, p. 401.
De verplichting uit art. 22a Wta tot het instellen van een stelsel van onafhankelijk intern toezicht bij de OOB-accountantsorganisatie is een recent voorbeeld van aanvullende vereisten die aan de bedrijfsvoering van de accountantsorganisatie gesteld worden.1 De invoer van een stelsel van onafhankelijk intern toezicht beoogd bij te dragen aan het vergroten van de waarborgen voor een lange termijn beleid van de OOB-accountantsorganisatie dat gericht is op het effectief doorvoeren van noodzakelijke cultuurveranderingen en op kernkwaliteiten als integriteit, onafhankelijkheid en vakbekwaamheid, waardoor naar verwachting ook de kwaliteit van de controlewerkzaamheden zal verbeteren.2 Deze doelstelling heeft de vooronderstelling in zich dat de cultuur binnen de accountantsorganisatie niet goed is en verbetering behoeft. En hoewel er maatschappelijke consensus lijkt te bestaan over de noodzaak van cultuurverandering en het nut van de invoer van een intern toezichtsorgaan binnen de accountantsorganisatie merk ik op dat (wetenschappelijke) onderbouwing voor deze aanname vooralsnog ontbreekt.3 Zo is op het moment van opstellen van de MvT bij de Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties bijvoorbeeld al wel het AFM-onderzoek naar de opzet van de door de OOB-accountantsorganisatie beoogde cultuurverandering verschenen, maar ontbreken de onderzoeksresultaten die zien op de werking en naleving ervan in de praktijk.4 Bovendien bevat de doelstelling bij art. 22a Wta een mijns inziens opmerkelijke tegenstrijdigheid in borging van het lange termijn beleid dat (gelijktijdig) gericht is op cultuurverandering. Hoewel het veranderen van de cultuur een tijdrovend proces kan, en waarschijnlijk zal, zijn, is – naar mijn mening – lange termijn beleid dat zich richt op verandering geen duurzaam beleid. Het is voor de OOB- accountantsorganisatie beter om het lange termijn beleid te richten op hetgeen beoogd wordt te bereiken. Veranderen zou daarbij niet het doel maar het middel moeten zijn om te komen tot een cultuur waarin kwaliteit centraal staat.
Juist bij het voorstel tot invoer van een onafhankelijk intern toezichtsorgaan binnen een accountantsorganisatie zou (wetenschappelijke) onderbouwing voor die invoering op zijn plaats zijn omdat een accountantsorganisatie een bijzonder type organisatie is. Zoals ik hiervoor (par. 4.3.) al aanstipte is de (openbare) maatschap van oudsher de rechtsvorm van de accountant als vrije beroepsbeoefenaar.5 In de hedendaagse praktijk komt de rechtsvorm maatschap nog maar weinig voor, nog slechts 6% van de accountantsorganisaties maakt gebruik van deze rechtsvorm.6 De maatschapsstructuur is echter nog wel herkenbaar bij veel accountantsorganisaties.7 Zo wordt de functie van maat vervuld door praktijkvennootschappen waar accountants direct of indirect 100% van de aandelen in houden.8 De MCA duidt de maatschapsstructuur als ‘wicked problem’, een van de onderbelichte oorzaken van de problemen binnen de accountancysector.9 De MCA noemt hierbij de wrijving die kan bestaan bij de winstverdeling tussen de controle- en adviespraktijk binnen de organisatie en de negatieve impact die het verdien- en businessmodel op het gedrag van accountants kan hebben.10 Het besturingsmodel van een accountantsorganisatie waarin partners tegelijk zowel aandeelhouder, bestuurder en beroepsbeoefenaar (kunnen) zijn, kan frictie veroorzaken vanwege de verschillende, soms botsende, belangen die met elk van deze rollen samenhangen. Door het stellen van wettelijke vereisten aan de bedrijfsvoering van de accountantsorganisatie wordt getracht tegenstrijdige belangen te mitigeren alsmede de controlewerkzaamheden van de accountant te ondersteunen en zo (indirect) bij te dragen aan de ontwikkeling van de kwaliteit van de controlewerkzaamheden. Maatregelen op het gebied van governance worden, veelvuldig gebruikt door de wetgever mede omdat ze geaccepteerd worden door betrokkenen en geacht worden een positief effect teweeg te brengen.11 In hoofdstuk 7 ga ik nader in op de voor- en nadelen van de maatschapsstructuur en de doelmatig- en doeltreffendheid van het invoeren van onafhankelijk intern toezichtsorgaan bij Nederlandse OOB-accountantsorganisaties.
5.3.1 Inrichting stelsel intern toezicht5.3.2 Samenstelling orgaan van intern toezicht