Hoofdelijke aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Hoofdelijke aansprakelijkheid (O&R nr. 144) 2024/5.3.2.5:5.3.2.5 Tussenconclusie
Hoofdelijke aansprakelijkheid (O&R nr. 144) 2024/5.3.2.5
5.3.2.5 Tussenconclusie
Documentgegevens:
mr. drs. D.F.H. Stein, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. drs. D.F.H. Stein
- JCDI
JCDI:ADS931125:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
240. Tussenconclusie. Van de verschillende mogelijke of wenselijke instrumenten voor in rechte aangesproken (beweerdelijk) hoofdelijk schuldenaar om zijn (beweerdelijk) medeschuldenaren in rechte te betrekken, is de vrijwaring het eenvoudigste instrument. Zij kent ten opzichte van een zelfstandige juridische procedure belangrijke voordelen, zoals de in beginsel gelijktijdige beslechting door dezelfde rechter(s). Uit de gepubliceerde lagere rechtspraak blijkt oproeping van medeschuldenaren in de hoofdzaak (art. 118 Rv) mogelijk niet is uitgesloten, maar op dit moment (nog) niet wordt toegestaan. Dit maakt dat naar geldend recht de vrijwaring het aangewezen instrument is voor een in rechte aangesproken (beweerdelijk) hoofdelijk schuldenaar om zijn (beweerdelijk) medeschuldenaren in rechte te betrekken. Waar de vrijwaringsprocedure goed geschikt is om de negatieve financiële gevolgen van een veroordeling in de hoofdzaak deels op de gedaagden in vrijwaring af te wentelen, heeft zij als nadeel dat medeschuldenaren – behoudens het geval van vrijwillige voeging (art. 217 Rv) – niet gebonden zijn aan oordelen in de hoofdzaak en dat het verlenen van processuele bijstand niet of nauwelijks kan worden afgedwongen.