Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/12.1:12.1 Inleiding
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/12.1
12.1 Inleiding
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS607813:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
Vennootschapsbelasting / Fiscale eenheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel het uitgangspunt in het Nederlandse belastingrecht is dat natuurlijke personen en rechtspersonen op zelfstandige basis in de belastingheffing worden betrokken, speelt in verschillende fiscale bepalingen gelieerdheid of ‘verbondenheid’ tussen belastingplichtigen een rol. Hierbij valt op dat de gelieerdheid in de verschillende fiscale bepalingen steeds op een andere wijze is omschreven. Tot op zekere hoogte is dat begrijpelijk. Reeds vanwege het karakterverschil van de rechtssubjecten kan de verbondenheid tussen lichamen niet op dezelfde wijze worden omschreven als de relatie van natuurlijke personen. In dit verband is het begrijpelijk dat ten aanzien van verbondenheidsbegrippen voor lichamen wordt gekozen voor bezitscriteria, zoals een aandelenbelang van een bepaalde omvang. Dergelijke bezitscriteria passen niet in de definitie van relaties van natuurlijke personen; in deze definities wordt in feite de familie- of partnerrelatie bedoeld en zijn criteria met relationele kenmerken nodig. Voorts moet worden bedacht dat elke fiscale bepaling een eigen doel dient. De aard en functie van een bepaling kan een afwijkende inhoud van begrippen vereisen. Men zou echter verwachten dat de criteria op basis waarvan verbondenheid wordt omschreven in bepalingen met min of meer dezelfde functie, enigszins vergelijkbaar zijn. Dit is evenwel allerminst het geval. In de fiscale literatuur zijn verschillen in de wettelijke omschrijvingen overigens niet onopgemerkt gebleven en ook in de politiek is men zich hiervan bewust. Aan suggesties tot uniformering is echter tot op heden geen gevolg gegeven.
Naar mijn mening leidt de grote verscheidenheid in de omschrijvingen van verbondenheid tot een onoverzichtelijk begrippenkader. Uit een oogpunt van logica, rechtszekerheid en efficiency zou het gebruik van verschillende bepalingen zoveel mogelijk moeten worden vermeden. In dit verband vind ik dat verbondenheidsbegrippen zouden moeten worden gebaseerd op criteria die zoveel mogelijk identiek zijn. Voorts meen ik dat de gehanteerde begrippen voldoende duidelijk moeten zijn en dat zij de realiteit op juiste wijze dienen weer te geven.
In deze studie is daarom de relevantie van ‘verbondenheid’ in het belastingrecht onderzocht en met name de vraag of kan worden volstaan met enkele geüniformeerde begrippen, of dat verschillende begrippen wenselijk of noodzakelijk zijn. Voorts is bezien of de wetgever er, rekening houdend met de economische en sociaal-maatschappelijke werkelijkheid en definities in andere rechtsgebieden, in is geslaagd om verbondenheid fiscaalrechtelijk op een logische, duidelijke en zoveel mogelijk uniforme wijze te omschrijven. Er zijn ten slotte ook aanbevelingen gedaan tot optimalisatie.
Bij de uitwerking van deze probleemstelling is ingegaan op de volgende deelvragen:
Welke aangrijpingspunten kunnen in de bedrijfseconomie, het ondernemingsrecht en het jaarrekeningenrecht worden gevonden voor de omschrijving van verbondenheid tussen lichamen en tussen lichamen en natuurlijke personen?
Welke aangrijpingspunten biedt de sociaal-maatschappelijke werkelijkheid en het personen- en familierecht voor de definitie van relaties van natuurlijke personen?
Waarom is verbondenheid van belang voor de belastingheffing en op welke plaats en welke wijze wordt hiermee rekening gehouden in het belastingrecht?
Hoe verhouden de fiscale begripsomschrijvingen zich tot de wijze waarop verbondenheid tot uitdrukking komt in de bedrijfseconomie, het ondernemingsrecht, het jaarrekeningenrecht en het personen- en familierecht?
In hoeverre zijn fiscale verbondenheidsbegrippen neutraal ten aanzien van de door belastingplichtigen gekozen rechtsvorm van lichamen en de samenlevingsvorm van natuurlijke personen?
In welke mate kunnen ‘open normen’ worden gehanteerd voor de omschrijving van fiscale verbondenheidsbegrippen?
Is het mogelijk om begripsomschrijvingen te uniformeren, rekening houdend met verschillen in aard en functie van fiscale regelingen?
Welke aanbevelingen kunnen op basis van het vorenstaande worden gedaan voor de definities van verbondenheidsbegrippen in het belastingrecht?
In de volgende paragrafen zijn de belangrijkste bevindingen van het onderzoek samengevat.