De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/6.2.1.1:6.2.1.1 Waarom was de behandeling in het algemeen aanvaardbaar?
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/6.2.1.1
6.2.1.1 Waarom was de behandeling in het algemeen aanvaardbaar?
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS372701:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Alle antwoorden (op een open vraag om toelichting) zijn na afloop van de data-verzameling in categorieën ingedeeld.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Toelichting
Partijen (N=202)
Advocaten (N=228)
Abs
%
Abs
%
1.De rechter behandelde mij netjes/correct
83
41.1
95
41.6
2.Ik kon mijn verhaal doen
71
35.1
104
45.6
3.De rechter luisterde goed
49
24.3
26
11.4
4.De rechter was objectief
39
19.3
54
23.7
5.De rechter was betrokken/leefde zich in in partijen
31
15.3
9
3.9
6.De rechter was vriendelijk
24
11.9
21
9.2
7.De rechter had de zaak goed voorbereid
22
10.9
32
14.0
8.De rechter was geduldig/rustig
19
9.4
8
3.5
9.De rechter gaf een duidelijke uitleg over de zitting
18
8.9
6
2.6
10. Goede leiding van de zitting door de rechter
16
7.9
21
9.2
11. De rechter stelde relevante vragen
17
8.4
12
5.3
12. De rechter was (juridisch) deskundig
15
7.4
21
9.2
13. De rechter hielp partijen om samen een oplossing te vinden
13
6.4
5
2.2
14. De rechter stelde op een goede manier vragen
8
4.0
5
2.2
15. De rechter was zakelijk
8
4.0
14
6.1
16. De rechter gaf een duidelijk voorlopig oordeel
8
4.0
14
6.1
17. De rechter communiceerde op een goede, open manier
6
3.0
19
8.3
18. De rechter nam de tijd voor de zitting
2
1.00
7
3.1
19. De rechter oefende geen dwang uit bij het beproeven van een schikking
0
0.0
8
3.5
20. Andere opmerkingen
8
4.0
14
6.1
In totaal gaven 225 partijen (92.6%) en 254 advocaten (95.1%) aan, dat zij de manier waarop de rechter hen behandelde aanvaardbaar vonden (`eens’ of ‘zeer eens’ geantwoord). Van deze groep hebben 202 partijen en 228 advocaten tijdens de interviews een toelichting op hun antwoord gegeven (tabel 72).1
Partijen én advocaten vonden de manier waarop zij door de rechter behandeld werden aanvaardbaar omdat (1) de rechter hen netjes en correct behandelde, (2) zij hun verhaal konden vertellen (3) de rechter goed naar hen luisterde en (4) objectief was. Er kwam tijdens de interviews ook een aantal verschillen in de toelichting van partijen en advocaten naar voren. Zo vond een hoger percentage partijen de behandeling aanvaardbaar omdat (3) de rechter goed luisterde, (5) betrokken was en zich inleefde in partijen en (9) een duidelijke uitleg gaf over de zitting. In vergelijking met partijen noemden advocaten vaker (2) dat zij hun verhaal konden doen en (4) dat de rechter objectief was. Een greep uit de antwoorden van partijen en advocaten kunt u respectievelijk vinden in de boxen 18 en 19.
Box 18: Een greep uit de citaten van partijen die de manier waarop zij behandeld werden, aanvaardbaar vonden. Tussen haakjes staat aangegeven in welke categorie van tabel 72 het citaat is ingedeeld
1. ‘Toen de wederpartij begon te draaien, bleef de rechter correct. Ikzelf ging een beetje `pleiten’ wat niet de bedoeling bleek te zijn en hij zei me op een nette manier dat dit niet de bedoeling was.’ (1)
2. ‘De rechter behandelde mij op een normale manier en respectvol.’ (1)
3. ‘De rechter gaf de tijd om ieder rustig zijn verhaal te laten doen. Dat had ik niet verwacht, maar was wel heel fijn.’ (2)
4. ‘Ik heb antwoorden kunnen geven zoals ik dat zou willen. Ook kreeg ik later nog gelegenheid om wat toe te voegen aan mijn verhaal.’ (2)
5. ‘Ik lucht graag mijn hart en de rechter gaf mij daartoe uitgebreid gelegenheid.’ (2)
6. ‘De rechter liet mij uitspreken terwijl ik toch echt tegen de grens manoeuvreerde. Ik heb heel veel geroepen tijdens de zitting en had eigenlijk wel verwacht dat de rechter zou dreigen mij eruit te zetten en dan zou ik mijn mond ook wel hebben gehouden, maar dat deed hij niet.’ (2)
7. ‘De rechter keek me aan als ik praatte. Ik had het idee dat hij goed luisterde, ook doordat hij steeds doorvroeg.’ (3)
8. ‘De rechter gaf het gevoel dat hij iedereen hoorde.’ (3)
9. ‘Uit de lichaamstaal van de rechter bleek dat hij de moeite zou nemen om onbevooroordeeld tot een goede oplossing te komen.’ (4)
10. ‘De rechter was neutraal. Hij vroeg evenveel aan mij als aan de andere partij.’ (4)
11. ‘De rechter gaf mij een goed gevoel. De zitting verliep heel gemakkelijk en ongedwongen. Het was een gewoon gesprek. De rechter was niet arrogant en toonde zich persoonlijk betrokken.’ (5)
12. ‘De rechter was vriendelijk waardoor ik op mijn gemak werd gesteld’. (6)
13. ‘De rechter had zich goed voorbereid en had zelfs jurisprudentieonderzoek gedaan.’ (7)
14. ‘De rechter kapte de andere partij af waardoor deze niet de kans kreeg om met modder te gooien.’ (10)
15. ‘De rechter ging niet in op details, maar was heel erg to the point en legde de nadruk op waar het in deze zaak echt om ging.’ (12)
16. ‘De rechter zette heel helder de essentie van de zaak neer.’ (12)
17. ‘De rechter hanteerde een optimale mix tussen de belangen van partijen en het zoeken naar een rechtvaardige oplossing.’ (13)
18. ‘De rechter probeerde naar mijn mening een goede oplossing te vinden. Dat werd uiteindelijk mediation, zodat we goed verder kunnen leven met de oplossing. De rechter keek erg naar de toekomstige verhoudingen.’ (13)
19. ‘De rechter had een prettige manier van vragen: geen kruisverhoor.’ (14)
20. ‘Ik vond het fijn dat de rechter aan het begin van de zitting even aangaf dat deze zitting alleen betrekking had op de zakelijke kant van het verhaal en dat het niet de bedoeling was om andere aspecten bij deze zaak te betrekken.’ (15)
Box 19: Een greep uit de citaten van advocaten die de manier waarop zij behandeld werden, aanvaardbaar vonden. Tussen haakjes staat aangegeven in welke categorie van tabel 72 het citaat is ingedeeld
1. ‘De rechter was netjes, beleefd en maakte geen vervelende opmerkingen.’ (1)
2. ‘De houding en het taalgebruik van de rechter was respectvol.’ (1)
3. ‘De rechter heeft niet lullig of betweterig gedaan.’ (1)
4. ‘De rechter had respect voor mijn positie als advocaat. Hij bejegende iedereen juist. Die respectvolle benadering naar beide partijen toe maakte het schikken gemakkelijker.’ (1)
5. De rechter stelde iedereen vragen en gaf de advocaten de kans om af en toe in te breken. Iedereen kwam netjes aan het woord en de rechter gaf ook telkens de andere partij de kans om op alle door de wederpartij aangehaalde zaken in te gaan. (2)
6. ‘Mijn cliënt gaat met het gevoel naar huis dat hij voldoende mogelijkheid heeft gehad om zijn woord te doen. Dat is voor mij het belangrijkste.’ (2)
7. ‘De rechter maakte goed oogcontact.’ (3)
8. ‘De rechter luisterde actief en gaf het gevoel dat het verhaal ook bij hem aankwam.’ (3)
9. ‘De rechter was onpartijdig. Hij was wel kritisch over de standpunten van partijen, maar dat was hij naar beide partijen toe.’ (4)
10. ‘De rechter maakte een eerlijke, onpartijdige indruk.’ (4)
11. ‘De rechter reageerde netjes en raakte niet geïrriteerd als partijen niet meteen begrepen waar hij heen wilde. Hij kwam heel vriendelijk over.’ (6)
12. ‘De rechter was goed voorbereid en had voor partijen een handig lijstje gemaakt met alles uit de boedel wat verdeeld moest worden.’ (7)
13. ‘De rechter gaf eerst een samenvatting van de zaak. Dit was positief omdat dit aangaf dat hij wist wat er speelde en dat hij de stukken bestudeerd had.’ (7)
14. ‘De rechter gaf goed, puntsgewijs aan welke onderwerpen hij tijdens de comparitie na antwoord wilde behandelen en gaf partijen ook de kans daarover opmerkingen te maken. Het commentaar van partijen werd ook meegenomen bij de indeling. De rechter gaf partijen hierbij voldoende ruimte, maar hield wel zelf de leiding.’ (10)
15. ‘De rechter leidde de zitting goed maar liet wel wat ruimte voor interruptie over zodat het mogelijk was om op elkaar te reageren.’ (10)
16. ‘De rechter wees mijn cliënt op een goede manier op zijn juridisch zwakke positie.’ (16)
17. ‘De rechter ging wel vrij ver in het geven van zijn voorlopig oordeel en forceerde hierdoor een schikking. Hij stuurde in hele hoge mate, maar in dit geval was dat niet zo erg aangezien het in het voordeel van mijn cliënt was.’ (16)
18. ‘Er was een normaal en open gesprek. De rechter deed niet uit de hoogte.’ (17)
19. ‘Er was sprake van een correcte manier van communiceren. Ik had niet het gevoel afgeblaft, onderbroken of niet serieus genomen te worden.’ (17)
20. ‘De tegenpartij toonde zich koppig om te schikken. De rechter sprong daar heel subtiel mee om. Hij bouwde de weerstand bij de andere partij goed af: niet duwen en trekken om tot een schikking te bewegen, maar heel duidelijk en subtiel.’ (19)