De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.8.2.2:17.8.2.2 De ernst van de schending van de beheeropdracht
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.8.2.2
17.8.2.2 De ernst van de schending van de beheeropdracht
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS372166:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 17.6.3.1, respectievelijk par. 17.8.2.1.
Kamerstukken II 2010/11, 32887, nr. 6 (NnahV), p. 3.
Kort gezegd, vereist de Hoge Raad een ernstig verwijt voor bestuurdersaansprakelijkheid om te voorkomen dat bestuurders zich te veel laten leiden door defensieve overwegingen. Die ratio is mijns inziens eveneens van toepassing op tijdelijke beheerders. Vgl. echter par. 16.5.3.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er zijn gevallen waarin het evident is dat de tijdelijke beheerder aansprakelijk is. Bijvoorbeeld indien de tijdelijke beheerder door hem ontvangen dividend verduistert, of de aandelen overdraagt en de koopprijs in zijn eigen zak steekt. In de praktijk is het niet goed denkbaar dat de ondernemingskamer tijdelijke beheerders aanstelt die dergelijk gedrag vertonen.
Interessanter is daarom de aansprakelijkheid van de tijdelijke beheerder in andere gevallen. Los van vragen over de inhoud van de beheeropdracht en relativiteit,1 speelt ook de vraag hoe verwijtbaar de tijdelijk beheerder moet handelen om aansprakelijk te zijn. Uit de wetsgeschiedenis valt af te leiden dat de aansprakelijkheid van tijdelijke beheerders niet is beperkt tot gevallen waarin zij met opzet of daaraan grenzende roekeloosheid schade hebben veroorzaakt.2 Wanneer zij dan wel aansprakelijk zijn, is onbekend. Rechtspraak ontbreekt en ook in de literatuur komt deze vraag niet of nauwelijks aan bod.
Vanwege de in par. 16.5.3.4 uiteengezette redenen, die mijns inziens ook opgaan met betrekking tot tijdelijke beheerders, pleit ik er voor dat aansprakelijkheid slechts kan volgen indien sprake is van ernstige verwijtbaarheid.3