Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.14.2.3:7.14.2.3 Lange, objectieve verjaringstermijn
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.14.2.3
7.14.2.3 Lange, objectieve verjaringstermijn
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS579951:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zal de lange, objectieve termijn in strijd kunnen zijn met het effectiviteitsbeginsel? De verjaringstermijn terzake van de bevoegdheid van de Commissie om geldboeten en dwangsommen op te leggen wegens schending van het mededingingsrecht gaat ex artikel 25 lid 2 Verordening 1/2003 in op de dag waarop de inbreuk is gepleegd. Bij voortdurende of voortgezette inbreuken gaat de verjaringstermijn echter pas in op de dag waarop de inbreuk is beëindigd.
Naar Nederlands burgerlijk recht vangt de verjaringstermijn, anders dan bij milieuschade en schade veroorzaakt door gevaarlijke stoffen, bij doorlopende gebeurtenissen niet pas aan als de gebeurtenis is afgelopen (artikel 3:310 lid 2 jo lid 3 Bw).1 Het lijkt op het eerste gezicht mogelijk dat de schadevergoedingsvordering van de benadeelde van een kartel of van een onderneming die misbruik maakt van een machtspositie (dat al dan niet langer dan twintig jaar voortduurt) verjaart omdat twintig jaar zijn verstreken sedert de verboden mededingingsbeperkende gedraging van de laedens, terwijl de benadeelde gedurende die twintig jaar niet bekend was met de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon. Artikel 3:321 lid 1 sub f $$BW biedt echter een grond voor verlenging van de verjaringstermijn. Op grond van deze bepaling bestaat een grond voor verlenging van de verjaring tussen de schuldeiser en zijn schuldenaar die opzettelijk het bestaan van de schuld of de opeisbaarheid daarvan verborgen houdt. Bij een beroep op deze bepaling door de gelaedeerde moet wel de opzet van de laedens worden aangetoond om het bestaan van de schuld te verbergen. De opzet van de schender van het mededingingsrecht om schade veroorzaakt door een kartel of het misbruik maken van een economische machtspositie verborgen te houden, zal in mededingingszaken veelal eenvoudiger bewijsbaar zijn dan in veel andere zaken waarbij het bestaan van de schuld of de opeisbaarheid daarvan verborgen wordt gehouden. Wanneer een verjaringstermijn zou aflopen tijdens het bestaan van een verlengingsgrond of binnen zes maanden na het verdwijnen van een zodanige grond, loopt de termijn op grond van artikel 3:320 $$BW voort totdat zes maanden na het verdwijnen van die grond zijn verstreken. De benadeelde van een kartel of van een onderneming die misbruik maakt van een machtspositie kan dan ook gedurende die tijd geen voltooide verjaring worden tegengeworpen. Daarnaast is twintig jaar een lange absolute verjaringstermijn voor vermogensschade, waardoor ook deze termijn (van belang indien bijvoorbeeld geen opzet kan worden aangetoond zodat verlenging van de verjaringstermijn niet mogelijk is) niet snel in strijd zal zijn met het effectiviteitsbeginsel.
Gelet op de mogelijkheid tot verlenging van de verjaringstermijn, de lange absolute verjaringstermijn en het feit dat de korte subjectieve verjaringstermijn pas ingaat door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgend op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden, zal de Nederlandse verjaringstermijn voor civiele schadevergoedingsvorderingen niet snel in strijd zijn met het effectiviteitsbeginsel.2