Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/6.4.1
6.4.1 Omvang opheffingskortgeding landelijk
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS497033:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Schommelingen kunnen mede worden veroorzaakt door de wijze van inboeken in de database Civiel (bijv: afgewezen rekesten wel/niet registreren, termijnverlengingen al dan niet als nieuw rekest inboeken etc.). Er kan van worden uitgegaan dat met deze weergave een globaal totaalbeeld wordt verkregen.
Zie paragraaf 5.5, in het bijzonder tabel 1.
Per 1 november 2010 trad de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) in werking. De Wet tarieven in burgerlijke zaken (Wtbz) kwam hiermee te vervallen. Het gevolg was een aanzienlijke stijging van de griffierechten.
Over de jaren 2002 tot en met 2011 laat het aantal opheffingskortgedingen ten opzichte van de verloven conservatoir beslag een stabiel landelijk beeld van tussen de ruim vier tot ruim vijf procent zien, met slechts geringe schommelingen (tabel 17, grijs gearceerde balk).1
Opvallend is de absolute daling van het aantal beslagrekesten2 en opheffingskortgedingen in de laatste twee jaren. In het voorgaande kwam bij de bespreking van het aantal de beslagresten in paragraaf 5.5 reeds aan de orde dat diverse factoren hierop van invloed zijn, zoals het economische klimaat, andere mogelijkheden om zekerheid te verkrijgen en/of te incasseren, de hoogte van de griffierechten,3 (waarschijnlijk hoofdveroorzaker van de daling in 2010 en 2011), fiscale regelingen en de schatting van de kans dat op het rekest inderdaad een verlof volgt, en geen afwijzing, invloed hebben op betalingsgedrag van debiteuren en incassogedrag van crediteuren.
Tabel 17: Verhouding verlof/opheffingskortgeding landelijk 2002-2011 op basis van ODB
2002
2003
2004
2005
2006
2007
2008
2009
2010
2011
verlof
16.274
16.327
16.149
15.974
15.306
15.217
15.798
17.364
15.444
11.319
opheff.
818
767
798
699
656
800
726
733
639
575
Verh*)
5,0%
4,7%
4,9%
4,4%
4,3%
5,3%
4,6%
4,7%
4,1%
5,1%
*) Verh: percentages geven de verhouding tussen het aantal verloven en het aantal geëntameerde opheffingskortgedingen weer.
Dat het aantal opheffingskortgedingen naar verhouding minder snel daalt dan het aantal beslagrekesten kan gelegen zijn in de factor omvang van het beslag, die – in ieder geval in het arrondissement Amsterdam ook na inflatiecorrectie – stijgt, en daarmee de belastendheid van het beslag. Daarnaast valt te verwachten dat een moeilijker economisch tij bedrijven voorzichtiger maakt in het laten voortduren van een beslag. Bovendien zal het stellen van zekerheid er niet gemakkelijker op worden.