Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.2.1
5.2.1 Inleiding
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS393612:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie HvJ EG 30 juni 2005, zaak C-537/03 (Candolin e.a./Pohjola e.a.),Jur. 2005, p. 1-5745. Zie ook HvJ EG 28 maart 1996, zaak C-129/94 (Ruiz Bernáldez), Jur. 1996, p. 1-01829. In dit laatste arrest verwijst het Hof naar de vijfde overweging bij de 2e Richtlijn, die gewijd was aan de noodzaak om de verzekerde sommen op een zodanig niveau te brengen dat slachtoffers een toereikende schadevergoeding moeten kunnen krijgen, ongeacht de lidstaat waar het ongeval zich heeft voorgedaan. Deze overweging komt in de gecodificeerde Richtlijn niet meer terug. Beide arresten worden uitvoeriger besproken in par. 5.2.8.
Sinds de inwerkingtreding van de 1e Richtlijn in 1972 heeft de Europese Gemeenschap, thans de EU, steeds meer aspecten van de dekking van de verplichte WAmotorrijtuigverzekering (op een minimum niveau) geharmoniseerd.
Deze harmonisatie strekt ertoe de interne markt te bevorderen, aanvankelijk (in het kader van de gemeenschappelijke markt die de EEG tot doel had) slechts door het wegnemen van belemmeringen bij het grensoverschrijdende gemotoriseerde verkeer langs de weg van het afschaffen van de controle op de groene kaart aan de binnengrenzen van de (toenmalige) Gemeenschap (en voor zover het gewoonlijk op het grondgebied van de lidstaten gestalde motorrijtuigen betreft, ook aan de buitengrenzen). Met de 2e Richtlijn komt er een aspect van slachtofferbescherming bij, een kenmerk dat met de opeenvolgende richtlijnen steeds belangrijker wordt. De gedachte is dat de financiële risico's die inwoners van de lidstaten lopen als zij zich naar het buitenland begeven, een belemmering van het vrije verkeer van personen kunnen vormen. Dat geldt niet alleen voor de automobilist die ervan moet kunnen uitgaan dat zijn verzekeringspolis de aansprakelijkheidsrisico's dekt die hij in een andere lidstaat loopt, maar ook voor de benadeelde. Deze moet erop kunnen vertrouwen dat hij de schade die hij oploopt door toedoen van een bezoekende automobilist vergoed krijgt volgens zijn eigen wetgeving. Met de 4e Richtlijn wordt deze bescherming ook uitgebreid naar inwoners van lidstaten die in een andere lidstaat dan die van hun woonplaats slachtoffer worden van een ongeval. De Richtlijn brengt dit alles thans tot uitdrukking in onder meer overweging 20 van de Preambule:
"Er dient voor te worden gezorgd dat slachtoffers van ongevallen met motorrijtuigen een vergelijkbare behandeling krijgen, ongeacht de plaats in de Gemeenschap waar het ongeval zich heeft voorgedaan."
In het navolgende zal blijken dat het HvJ van de EU mede op deze overweging een aantal uitspraken heeft gebaseerd, die de bescherming van benadeelden en verzekerden heeft verbeterd.1
De harmonisatie begint met de verplichte dekking in de gehele Gemeenschap thans de EU - en de opeenvolgende richtlijnen hebben daarna voorschriften geïntroduceerd op het terrein van de te dekken schade, de verzekerde sommen, de kring van verzekerden, die van de benadeelden en de aan benadeelden tegen te werpen dekkingsuitsluitingen en -beperkingen. Achtereenvolgens zullen deze onderwerpen worden besproken. Eerst zal echter, in paragraaf 5.2.2, aandacht worden besteed aan de vraag op welke verzekerings- en aansprakelijkheidsregimes de Richtlijn betrekking heeft. De Europese nationale rechtsstelsels laten een breed scala aan oplossingen zien, zowel op het terrein van het aansprakelijkheidsrecht, als op dat van de verzekeringsrechtelijke constructies. Sommige van deze nationale oplossingen zijn niet of slechts in naam op de (klassieke) aansprakelijkheid gebaseerd. De vraag moet daarom worden besproken of de Richtlijn ook van toepassing is als nationale stelsels niet op aansprakelijkheid en op verzekering van aansprakelijkheid zijn gebaseerd. Daarnaast moet worden onderzocht of de Richtlijn ook van toepassing is op schadegevallen waarbij een motorrijtuig is betrokken, die niet onder klassieke gevallen van schade veroorzaakt in het verkeer te rangschikken zijn.