Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.C.1
1. Algemeen
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS477350:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de erfrechtelijke twilightzone B.M.E.M. Schols, Van exécuteur testamentaire tot Testamentsvollstrecker tot afwikkelingsbewindvoerder, p. 197. Zie over de vervlechting van publiekrecht en privaatrecht binnen het agrarisch recht tevens D.W. Brui], W. Brussaard, P. de Haan (red.), Inleiding agrarisch recht, p. 37.
Of, zoals de Duitsers het op prachtige wijze verwoorden: ‘Agrarrecht ist Querschnittsrecht.’ Ontleend aan: K. Witt, M. Dombert, Münchener Anwaltshandbuch Agrarrecht, München, Verlag GH. Beck 2011, Teil A, § 1.
Zie D.W. Bruil, W. Brussaard, P. de Haan (red.), Inleiding agrarisch recht, p. 38 e.v. voor een overzicht van deze ‘vervlechting’ op de vijf beleidsterreinen (landbouwgrondbeleid, landbouwstructuurbeleid, landbouwmarktbeleid, landbouwkwaliteitsbeleid en natuur- en milieubeleid) binnen het agrarisch recht.
Zie bijv. Kamerstukken II 1997/1998, 25940, nrs. 1-2, p. 19: ‘ Het landinrichtingsplan is het publiekrechtelijke document waarin de beleidsbeslissingen en de beleidskeuzen worden vastgelegd ten behoeve van de landinrichting.’
Aldus D.W. Bruil, W. Brussaard, P. de Haan (red.), Inleiding agrarisch recht, p. 129. Zie tevens J.H. Kampman, ‘Ontwikkelingen in de landinrichting’, p. 615.
De dwarsverbanden beperken zich overigens niet tot het in dit onderdeel beschrevene: op diverse plaatsen zal in dit onderzoek de civielrechtelijke dimensie worden belicht (zie onder meer onderdeel G van dit hoofdstuk, alsmede grenspost 2, onderdeel C). Zie tevens W.I. de Vries, ‘Goederenrechtelijke hulpinstrumenten: contractuele mandeligheid bij kleinschalige gebiedsontwikkeling?’, in: BR 2014/16.
Met de keuze voor de kavelruil als onderzoeksonderwerp begeeft uw (notarieel) civiel- en fiscaalrechtelijk geschoolde auteur zich enigszins buiten de gebaande paden. De tweedeling tussen publiek- en privaatrecht zorgde in het onderwijs dat hij genoot en de daarop volgende (notariële) praktijk jarenlang voor overzichtelijkheid en duidelijkheid: publiekrecht was voorbehouden aan bestuursrechtelijk geschoolde juristen, terwijl het privaatrecht het territorium van de (kandidaat-) notaris was. Goederenrechtelijke en verbintenissenrechtelijke leerstukken werden veelvuldig en meestal zonder ai te veel moeite toegepast op de notariële ‘mainstream’-rechtsgebieden: personen- en familierecht (inclusief erfrecht en huwelijksvermogensrecht), ondernemingsrecht en onroerende zakenrecht. Van publiekrechtelijke kwesties hield hij zich meestal verre.
De kennismaking met het agrarisch recht in het algemeen en de kavelruil in het bijzonder brachten een zekere chaos in de tot dan toe overzichtelijke wereld: de strikte scheiding tussen publiekrecht en privaatrecht bleek in de agrarische realiteit niet te bestaan. Uw gids was nietsvermoedend en al ontdekkend verzeild geraakt op een snijvlak van beide rechtsgebieden, een soort juridische ‘twilightzone’.1 Het agrarisch recht bleek een (functioneel) rechtsgebied te zijn, dat zowel een dwarsdoorsnede van publiek-en privaatrecht, 2 als een sterke vervlechting van beide soorten recht herbergde. Dit fenomeen is overigens binnen het gehele agrarisch recht waar te nemen.3
Ook de landinrichtingswetgeving vormt hierop geen uitzondering: de WILG is een publiekrechtelijke wet.4 Door middel van de WILG tracht de overheid de inrichting van het landelijk gebied te reguleren door de uitvoering van werken, door herindeling van de gronden of door een combinatie van beide maatregelen.5 Landinrichting als instrument van overheidsbeleid derhalve. Binnen dit publiekrechtelijke kader bestaat een zeker ‘grijs gebied’, waar de kavelruil, als (publiekrechtelijk) landinrichtingsinstrument met privaatrechtelijke kenmerken (de overeenkomst), gevonden wordt.
Uw gids heeft zijn reisgezelschap derhalve naar bijzonder, soms lastig te duiden en redelijk onontgonnen terrein gevoerd, een bestemming die vreemd is aan menig (notarieel) civilist en fiscalist. Vanuit deze bijzondere locatie zullen, bij wijze van plaatsbepaling (de aanwijzing ‘u bevindt zich hier’ zal in de komende onderdelen veelvuldig worden gehoord), enkele interessante parallellen worden getrokken met de ‘thuisbasis’, het civiele recht ‘van alle dag’ zodat de reiziger zich zo ver van huis enigszins thuis zal voelen en de kans op gevoelens van heimwee minimaal is.6 Daarbij zal uiteraard de juridische insteek worden gekozen, maar ook de (rechts) filosofische benaderingswijze zal dikwijls worden gehanteerd, met name daar waar een zuiver juridische benadering niet (langer) mogelijk is. Doelstelling van deze exercitie is dan ook om de reiziger te laten zien dat er, zelfs in deze verre, onherbergzame oorden, voldoende elementen en gebruiken te ontdekken zijn, die nauwelijks verschillen van de eigen cultuur en omgeving. De kavelruil blijkt dikwijls minder exotisch te zijn dan hij lijkt!