Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/9.2.3.b.i
9.2.3.b.i De criteria voor het waarderingsrapport
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS597693:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In vijf van de acht zaken vanaf 2008, waarin de uitkoper een eigen berekening overlegt, oordeelt deOK dat de stukken inhoudelijk onvoldoende zijn en gelast zij een deskundigenonderzoek Afwijzend: OK 8 oktober 2013 (ro. 3.8), JOR 2014/95 (Glanerbrook); OK 26 juni 2012 (ro. 2.13), ARO 2012/ 106 (Econocom); OK 20 maart 2012 (ro. 3.9), ARO 2012/49 (Gucci Group); OK 13 maart 2008 (ro. 3.7), ARO 2008/70 (Bronnebad Nieuweschans-Bunde). Toewijzend: OK 28 mei 2013, ARO 2013/ 166 (Recreatie Maatschappij Texel); OK 8 september 2009, ARO 2009/145 (Verenigde Kinderen Clifford); OK 10 juli 2008, JOR 2008/301 (Aegon Global Investment Fund).
§ 327c(2) AktG.
§ 293e(1) AktG luidt: ‘Die Vertragsprüfer haben über das Ergebnis der Prüfung schriftlich zu berichten. Der Prüfungsbericht ist mit einer Erklärung darüber abzuschließen, ob der vorgeschlagene Ausgleich oder die vorgeschlagene Abfindung angemessen ist. Dabei ist anzugeben, 1. nach welchen Methoden Ausgleich und Abfindung ermittelt worden sind; 2. aus welchen Gründen die Anwendung dieser Methoden angemessen ist; 3. welcher Ausgleich oder welche Abfindung sich bei der Anwendung verschiedener Methoden, sofern mehrere angewandt worden sind, jeweils ergeben würde; zugleich ist darzulegen, welches Gewicht den verschiedenen Methoden bei der Bestimmung des vorgeschlagenen Ausgleichs oder der vorgeschlagenen Abfindung und der ihnen zugrunde liegenden Werte beigemessen worden ist und welche besonderen Schwierigkeiten bei der Bewertung der vertragschließenden Unternehmen aufgetreten sind.’
Art. 9 § 2 Uitkoop-KB.
Art. 6 Uitkoop-KB. Hierover ook Verhoest (2008), p. 183 e.v.; Van der Elst (2008), p. 358 e.v.
Het is niet voldoende dat de deskundige enkel een indicatieve waarde per aandeel geeft binnen een bepaalde bandbreedte, zie OK 20 maart 2012 (3.9), ARO 2012/49 (Gucci Group).
Het is onduidelijk aan welke vereisten de door de uitkoper over te leggen stukken moeten voldoen. In de praktijk is daarnaast een ontwikkeling zichtbaar waarbij de OK steeds vaker de overgelegde waardeberekening volledig toetst, terwijl zij voorheen de stukken slechts marginaal toetste (§ 9.2.2 sub a).1
Een kritische beoordeling van de voorgestelde prijs acht ik, mede gelet op de bescherming van de niet verschenen gedaagden, in een uitkoopprocedure onmisbaar. Het is echter niet noodzakelijk dat een dergelijke inhoudelijke beoordeling volledig door de OK gebeurt. Een ander, beter systeem is dat van de uitkoopregeling in België en Duitsland. De voorgestelde prijs en de daaraan ten grondslag liggende waarderingsmethode is in deze procedures reeds voordien gecontroleerd door een onafhankelijk deskundige. Voor de Nederlandse regeling kan de OK vervolgens volstaan met de toetsing van deze verklaring. Deze opzet zorgt voor een vereenvoudiging van de uitkoopprocedure en waarborgt tegelijkertijd dat de minderheid een billijke vergoeding voor haar aandelen ontvangt. De Belgische en Duitse uitkoopregeling bevatten bovendien gedetailleerde criteria waaraan een dergelijk rapport moet voldoen, waardoor – de thans voor de Nederlandse uitkoopregeling bestaande – onduidelijkheid over de over te leggen stukken ontbreekt.
Voor de Duitse algemene uitkoopregeling geldt dat de billijkheid (Angemessenheit) van de voorgestelde uitkoopprijs moet zijn onderzocht door één of meer deskundigen. De rechter benoemt deze op verzoek van de uitkoper.2 In het rapport van de deskundige(n) moet op grond van § 293e(1) AktG in ieder geval zijn opgenomen: (i) de verschillende waarderingsmethodes waarop de prijs is berekend; (ii) waarom het gebruik van deze waarderingsmethodes billijk is; en (iii) de prijs berekend per verschillende waarderingsmethode, het gewicht dat aan de verschillende methodes is toegekend en eventuele bijzonderheden waar de deskundigen bij de waardering tegen aan zijn gelopen.3
Voor de Belgische algemene uitkoopregeling geldt een vergelijkbaar systeem waarbij de door de uitkoper genoemde prijs moet zijn gecontroleerd door een onafhankelijk deskundige. Deze is, anders dan in Duitsland, niet benoemd door de rechter. Wel kan de FSMA de uitkoper verzoeken om op zijn kosten een bijkomende deskundige aan te stellen, ‘indien de bescherming van de rechten van de effectenhouders dit vereist’.4 De deskundige moet de over te dragen aandelen waarderen ‘volgens de methodes, die gelet op de aard en de activiteit van de betrokken vennootschap, relevant zijn en uitgaande van passende elementen en hypothesen.’ Daarnaast moet het rapport de laatste jaarrekening van de doelvennootschap, een opgave van de toegepaste waarderingsmethodes, een analyse van de waarderingswerkzaamheden van de uitkoper en een advies of de geboden prijs ‘al dan niet de belangen van de effectenhouders vrijwaart’ bevatten.5
Voor de Nederlandse uitkoopregeling vind ik een dergelijke beschrijving van de vereisten waaraan de door de uitkoper over te leggen stukken moeten voldoen, ook wenselijk. Van belang is mijns inziens dat de deskundige, mede op basis van een eigen waardeberekening, onderzoekt of de geboden prijs billijk is.6 Daarbij dient het rapport een verantwoording te bevatten voor de gebruikte waarderingsmethodes. Als enige eis hiervoor moet mijns inziens gelden dat de waardering geschiedt op basis van de pro rata parte-waarde (§ 9.3.3 sub b). Tot slot moet de uitkoper ook de jaarrekeningen over de drie meest recente boekjaren overleggen.