De arbeidsovereenkomst: een bewerkelijk begrip
Einde inhoudsopgave
De arbeidsovereenkomst: een bewerkelijk begrip (MSR nr. 79) 2021/4.3.3:4.3.3 Geen gezag
De arbeidsovereenkomst: een bewerkelijk begrip (MSR nr. 79) 2021/4.3.3
4.3.3 Geen gezag
Documentgegevens:
S. Said, datum 13-12-2021
- Datum
13-12-2021
- Auteur
S. Said
- JCDI
JCDI:ADS583416:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 7:755 BW. Van dit artikel kan overigens bij UAV worden afgeweken. In § 36 van de UAV 2012 is een aanvullende regeling gegeven ten aanzien van de hier bedoelde ‘bestekswijzigingen’. Wederom wordt opgemerkt dat de UAV enkel van toepassing zijn indien partijen zulks overeenkomen.
Zie verder over de UAV: Kaai, TBR 2012/158; Chao-Duivis, TBR 2012/140.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit artikel 7:750 BW volgt verder dat de aannemer het werk in kwestie ‘buiten dienstbetrekking’ tot stand brengt, waarmee wordt bedoeld dat tussen de opdrachtgever en aannemer geen sprake is van een gezagsverhouding. De wettelijke regeling inzake aanneming van werk bevat geen bepalingen die expliciet zien op de mogelijkheid van het geven van aanwijzingen of instructies aan de aannemer. De bepaling die hier nog het dichtst bij in de buurt komt is artikel 7:755 BW, waarin is geregeld dat de aannemer de prijs kan verhogen indien de opdrachtgever toevoegingen aan, of veranderingen in het overeengekomen werk wenst.1 Deze bepaling regelt weliswaar niet de bevoegdheid van de opdrachtgever tot het geven van instructies, maar laat wel ruimte voor ‘input’ van de opdrachtgever.
Hier wordt overigens aangetekend dat de regeling inzake aanneming van werk goeddeels van regelend recht is, zodat het partijen vrijstaat aanvullende afspraken te maken over de mogelijkheid tot het geven van instructies door de opdrachtgever. Verder is hier van belang te vermelden dat in de bouwsector het ‘Besluit vaststelling Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012’ (hierna: de UAV) van toepassing is.2 In § 6 van de UAV is onder meer bepaald dat de aannemer verplicht is ‘de orders en aanwijzingen op te volgen, die hem door de directie worden gegeven’. Hoewel het niet de bedoeling is dat deze orders en aanwijzingen gezag behelzen, geldt – ook wanneer van de UAV wordt afgeweken – dat partijen erop bedacht zullen moeten zijn dat zij mogelijk het domein van de arbeidsovereenkomst betreden wanneer orders, aanwijzingen dan wel instructies, dusdanig verstrekkend zijn dat kan worden gesproken van gezag.