Klachtdelicten
Einde inhoudsopgave
Klachtdelicten (SteR nr. 65) 2024/5.2.3.1:5.2.3.1 Van een civielrechtelijke naar een publiekrechtelijke vervolging
Klachtdelicten (SteR nr. 65) 2024/5.2.3.1
5.2.3.1 Van een civielrechtelijke naar een publiekrechtelijke vervolging
Documentgegevens:
J.L.F. Groenhuijsen, datum 13-02-2024
- Datum
13-02-2024
- Auteur
J.L.F. Groenhuijsen
- JCDI
JCDI:ADS946125:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Allereerst verdient opmerking dat – anders dan het hierboven beschreven onderzoek naar de verhouding tussen het publiekrecht en het privaatrecht mogelijk doet vermoeden – van oudsher niet steeds sprake is geweest van een onderscheid tussen civiel recht en strafrecht. Volgens Ahsmann kan zelfs worden gezegd dat strafvervolging oorspronkelijk niets anders was dan een civiele rechtsvordering. Aanvankelijk stonden bij de Romeinen en bij de Germanen het slachtoffer en zijn naasten centraal bij de sanctionering van de dader.1 De centrale rol van de door het feit getroffene bleek met name uit diens recht om een vordering jegens de dader te initiëren en uit de omstandigheid dat hij de begunstigde was van de prestaties waartoe de dader werd gehouden. 2Zwalve beschrijft dat het strafrechtelijke delict diefstal pas veel later is ontstaan dan de civielrechtelijke mogelijkheid voor een getroffene om daartegen in het geweer te komen. Hij stelt vast dat bij de beantwoording van de vraag waarom de overheid zich is gaan ontfermen over de vervolging van dit soort feiten, tegenwoordig veelal snel wordt verwezen naar het publieke belang. Zwalve leidt uit de overwegingen van Ulpianus echter af dat in vroegere tijden een andere redengeving de boventoon voerde. Het overheidstoezicht werd noodzakelijk geacht vanwege twee gebreken die inherent waren aan de civielrechtelijke procesvoering. Dit betrof ten eerste de principiële gelijkwaardigheid van de partijen en ten tweede het gegeven dat het initiatief voor de procedure in handen van de burger lag. Voorzien werd dat legitieme vervolgingen achterwege zouden blijven vanwege intimidatie van de getroffene door de dader, terwijl anderen juist ongerechtvaardigde en daarmee ongewenste procedures zouden starten. Zwalve concludeert dat bij een enigszins gevorderde rechtsontwikkeling het inzicht aan terrein wint dat bestraffing via het civiele recht niet op haar plaats is. 3De overheid is zich dus langzaamaan meer gaan bemoeien met de sanctionering van het handelen van burgers, waardoor de op initiatief van de benadeelde in te stellen private strafvervolging steeds meer naar de achtergrond verdween. 4Wichmann beschrijft dat de macht van de aanklagende en wrekende getroffene daardoor aan belang inboet. Zij stelde vast dat het publiekrechtelijke proces daaropvolgend in de latere middeleeuwen is bereikt nadat ook de opsporing, vervolging en de tenuitvoerlegging van de straf aan overheidsorganen werd opgedragen.5