Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/17.6.2.5:17.6.2.5 Verbod op verrekening van de restitutieverplichting
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/17.6.2.5
17.6.2.5 Verbod op verrekening van de restitutieverplichting
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS405794:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder het oude BV-recht nog anders Rb. Arnhem 14 juli 2004, JOR 2004/293 (Janssen q.q./ Meerpaal), waarin geoordeeld werd dat de aandeelhouder zijn verplichting tot terugbetaling van een (door de vennootschap onverschuldigd betaald) dividend mocht verrekenen met een vordering op de vennootschap.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de laatste zin van art. 2:216 lid 3 BW is bepaald dat een aandeelhouder zijn verplichting jegens de vennootschap om een ongeoorloofde uitkering te restitueren, niet kan verrekenen met een vordering op de vennootschap. Als de aandeelhouder bijvoorbeeld uit hoofde van een rekening-courantverhouding nog een bedrag van de failliete vennootschap te vorderen heeft, zal hij zijn verplichting uit hoofde van art. 2:216 lid 3 BW aan de boedel moeten voldoen en zijn vordering ter verificatie kunnen indienen. Deze regel voorkomt dat de aandeelhouder door een ongeoorloofde vermogensonttrekking vlak voor faillissement zijn concurrente vordering op de vennootschap – waar in faillissement doorgaans slechts een klein percentage op zou zijn uitgekeerd – alsnog geheel kan innen, ten detrimente van de gezamenlijke crediteuren.1