Startinformatie in het strafproces
Einde inhoudsopgave
Startinformatie in het strafproces 2014/13.4.4:13.4.4 Toezichtscommissies voor alle Nederlandse inlichtingendiensten
Startinformatie in het strafproces 2014/13.4.4
13.4.4 Toezichtscommissies voor alle Nederlandse inlichtingendiensten
Documentgegevens:
mr. dr. S. Brinkhoff, datum 29-09-2014
- Datum
29-09-2014
- Auteur
mr. dr. S. Brinkhoff
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eerste aanbeveling die buiten het strafvorderlijk kader wordt gedaan heeft betrekking op de externe controle op de in Nederland werkzame inlichtingendiensten. Gebleken is dat het handelen van de AIVD en de MIVD onder controle staat van de CTIVD, een toezichtsorgaan dat door middel van het verrichten van diepteonderzoeken scherp de rechtmatigheid van het handelen van deze diensten toetst. Tot op heden achteraf, maar er bestaan ook geluiden om ten aanzien van enkele vergaande inlichtingenmatige bevoegdheden een voorafgaande rechtmatigheidstoets te creëren. Voor het TCI en de RID in het kader van de openbare orde taak bestaat deze externe controle niet. Dat is opmerkelijk nu deze diensten eveneens inlichtingenwerk verrichten dat omgeven is met risico’s en gevaren op het gebied van de integriteit en de zuiverheid van overheidshandelen en zich, in het geval van de RID, bovendien kan uitstrekken tot zeer gevoelige onderwerpen. De argumenten die bestaan om ten aanzien van de AIVD en de MIVD een toezichtscommissie te creëren, gelden in grote lijnen dus ook voor het TCI en de RID. Voorgesteld wordt om voor het TCI een geheel nieuwe toezichtscommissie in het leven te roepen, terwijl wordt aanbevolen het inlichtingenmatige werk van RID in het geheel onder het bereik van de bestaande CTIVD te brengen. Ter aanvulling wordt ten slotte nog opgemerkt, en dit argument geldt onverkort voor de AIVD en de MIVD, dat een toezichtscommissie beter dan een officier van justitie, r-c en/of zittingsrechter in staat is om bepaalde knelpunten wat betreft de rechtmatigheid van het handelen van inlichtingendiensten en de integriteit van deze overheidsorganen in zijn geheel te signaleren. Het perspectief van de genoemde strafvorderlijke actoren kan immers alleen gericht zijn op het beoordelen van de rechtmatigheid in een concrete strafzaak. De signaalfunctie van toezichtscommissies kan weer leiden tot het aanscherpen van werkwijzen of het concipiëren van nieuwe wet- en regelgeving.