Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/6.3.3.d
6.3.3.d Facultatieve toepassing en Europese regulering
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS468830:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Net als de duurvergelijking van art. 7 lid 8, werkt ook de onderhavige materiële-reciprociteitstoets automatisch, maar kan de lex loci protectionis anders bepalen. Het staat haar vrij om toepassing van art. 2 lid 7, tweede volzin, uit te schakelen en het vreemde werk van toegepaste kunst hoe dan ook als werk van kunst te beschermen. Vgl. Desbois, Frangon & Kerever 1976, p. 163; Nordemann, Vinck & Hertin 1977, p. 40; Drexl 1990, p. 140.
Art. 12 EG en HvJ EG 30 juni 2005, nr. C-28/04, Jur. 2005, p. 1-5781 (Tod's/Heyraud), zie par. 6.3.1 onder (b).
Zie bijvoorbeeld Rb. Den Bosch 11 maart 1994, NJ 1995, 107 m.nt. DWFV.
BR 29 juni 2001, NJ 2001, 602 m.nt. DWFV (Impag/Marvin), r.o. 3.5.4.
Zie par. 6.3.1 onder (b).
883. Facultatieve toepassing. Toepassing van de materiële-reciprociteitsuitzondering van artikel 2 lid 7 is facultatief.1 In Europees verband is zij evenwel grotendeels verboden door het Europese non-discriminatiebeginsel.2 Daarbuiten hebben de Europese landen (nog) de vrijheid om de materiële-reciprociteitsuitzondering al dan niet toe te passen, zolang het Berner non-discriminatiebeginsel gerespecteerd blijft.
884. Art 47 Auteurswet. Wie derhalve op grond van artikel 47 Auteurswet aanneemt dat buiten de EG ontsprongen werken van toegepaste kunst van Nederlandse auteurs auteursrechtelijke bescherming in Nederland genieten3, zal buiten de EG ontsprongen werken van niet-EG auteurs niet mogen achterstellen. Daarmee is de bodem onder de materiële-reciprociteitsuitzondering weggeslagen.
885. Impag-arrest. Toch lijkt deze vlieger niet op te gaan. In de eerdergenoemde Impag-zaak oordeelde de Hoge Raad dat de materiële-reciprociteitsuitzondering van artikel 2 lid 7 moest worden toegepast tegen een niet-EG (namelijk een Amerikaans) werk van toegepaste kunst. 4 In deze zaak waren de auteurs geen onderdanen van een EG-land. Het Berner non-discriminatiebeginsel brengt dan mee dat artikel 2 lid 7 óók moet worden ingezet tegen niet-EG werken van Nederlandse auteurs.5