Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/9.2
Paragraaf 9.2 De VOF als vennoot
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS384634:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Van Veen 2002; Tervoort 2001.
Kroeze 2005 over het partij-zijn van een VOF bij (gewone) overeenkomsten.
Hermanns, Beck Notar-hdB 2015 D.II.5. De stille Gesellschaft kan geen vennoot zijn, zie BGH 2 oktober 1997, II ZR 249/96 (Frankfurt a.M.), NJW 1998/376; BayObLG 18 oktober 2000, 3Z BR 164/00 (LG Aschaffenburg), NZG 01/123; BayObLG 21 maart 1986, BReg 3 Z 148/85, NJW 86/3029; OLG Saarbrücken 21 april 1989, 5 W 60/88C, NJW 90/647; Windbichler 2009, p. 49, 106 en 108.
Müller 2009, p. 272.
Zie bijv. in § 130a HGB over de OHG: ‘Nachdem bei einer Gesellschaft, bei der kein Gesellschafter eine natürliche Person ist’ en ‘wenn zu den Gesellschaftern der offenen Handelsgesellschaft eine andere offene Handelsgesellschaft oder Kommanditgesellschaft gehört’.
Geens & Wyckaert 2011/263, 268.
Zoals in hoofdstuk 5 (Deel 2) besproken, kan een VOF in de zin van de gezamenlijke vennoten partij zijn bij een overeenkomst. Noch de maatschapstitel in Boek 7A BW noch het Wetboek van Koophandel eist dat partijen bij een vennootschapsovereenkomst individuele natuurlijke of rechtspersonen zijn en bovendien blijkt uit onder andere art. 7A:1688 BW (erfgenamen als vennoot) dat meer personen gezamenlijk één partij (vennoot) kunnen zijn. Er lijkt niets aan in de weg te staan dat een VOF op haar beurt vennoot is van een VOF (m.a.w.: partij is bij de vennootschapsovereenkomst).1 De verplichtingen uit de vennootschapsovereenkomst rusten op de vennoot (de VOF) én op grond van art. 18 WvK op háár vennoten.2 Evenals bij een ‘gewone’ overeenkomst heeft hier mijns inziens als uitgangspunt te gelden dat de vennoten van de VOF-vennoot vervangbaar zijn en dat de VOF-vennoot partij blijft bij de vennootschapsovereenkomst ingeval van wisselingen in haar eigen vennotenbestand, tenzij anders overeengekomen. Het ophouden te bestaan van de VOF-vennoot is mijns inziens gelijk te stellen met de dood van een vennoot (art. 7A:1683 aanhef en sub 4 BW) en heeft de ontbinding van de VOF waarin hij vennoot is tot gevolg, tenzij een voortzettingsbeding is overeengekomen.
De rechten die aan het zijn van vennoot verbonden zijn, zoals het deelnemen aan de beleidsvorming, zullen namens de VOF-vennoot worden uitgeoefend door hen die bevoegd zijn de VOF-vennoot te vertegenwoordigen, tenzij tussen de VOF en haar medevennoten en/of tussen de vennoten van de VOF-vennoot anders is afgesproken. Denkbaar is de afspraak dat steeds één willekeurige vennoot van de VOF-vennoot deelneemt aan vergaderingen of dat één met name genoemde vennoot als vaste vertegenwoordiger wordt aangewezen.
In Duitsland en België wordt eveneens aanvaard dat een als zelfstandige eenheid aan het rechtsverkeer deelnemende personenvennootschap (OHG, KG, GbR en buitenlandse rechtsbevoegde vennootschappen die naar dat buitenlandse recht vennoot kunnen zijn3 ) respectievelijk een VOF vennoot kan zijn in een andere personenvennootschap.4 De vennootschap is dan zelfstandig vennoot. 5 Voor de Partnerschaftsgesellschaft geldt de eis dat alleen natuurlijke personen vennoot kunnen zijn.6 In België geldt nog de volgende regel: als een rechtspersoon vennoot is van een VOF, dan moet die rechtspersoon een vaste vertegenwoordiger aanwijzen (art. 61 § 2W.Venn.). Die vaste vertegenwoordiger is straf- en privaatrechtelijk aansprakelijk voor verbintenissen waarvoor de rechtspersoon aansprakelijk is en die niet voortvloeien uit het enkele vennoot-zijn. De vaste vertegenwoordiger is dus bijvoorbeeld privaatrechtelijk aansprakelijk als hij zijn bestuursmandaat gebrekkig uitoefent.7