Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen in Nederland, Noorwegen en Zweden
Einde inhoudsopgave
Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen (SteR nr. 2) 2011/V.26.2.2:26.2.2 Zweden
Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen (SteR nr. 2) 2011/V.26.2.2
26.2.2 Zweden
Documentgegevens:
L.A. Kjellevold Hoegee, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
L.A. Kjellevold Hoegee
- JCDI
JCDI:ADS577224:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bet. 2001/02: KU24, p. 8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat de bevoegdheid van de bestuursrechter in Zweden aan het besluitbegrip is gekoppeld is eveneens historisch verklaarbaar. Vanouds is de gewone rechter bevoegd civiele vorderingen te behandelen. Tegen bestuursbesluiten stond een stelsel van administratief beroep open. De bestuursrechtspraak beoogde in eerste instantie de regering als beroepsinstantie te ontlasten. De bestuursrechter kreeg daarom eenzelfde bevoegdheid als de bestuurlijke beroepsinstanties.
Dat verschillende besluitbegrippen worden gehanteerd heeft te maken met het oogmerk van de procedure. De beroepsprocedure förvaltningsbesvär is gericht op individuele rechtsbescherming. Het besluitbegrip is niet in de wet gedefinieerd, maar de jurisprudentie duidt er op dat bij het bepalen of sprake is van een appellabel besluit, de behoefte aan rechtsbescherming van belang is (strategische benadering).
De functie van de beroepsprocedure laglighetsprövning is daarentegen vooral het uitoefenen van een vorm van algemene controle op het lokale bestuur. Dit heeft er toe geleid dat het besluitbegrip in het kader van deze procedure zeer ruim wordt uitgelegd. Ook hier ontbreekt een wettelijke definitie van het begrip. Een verkenning van de literatuur en de jurisprudentie laat echter zien dat beroep open staat tegen in beginsel iedere uitspraak, waarvan melding is gemaakt in de notulen van de bestuursinstantie.
Bij rättsprövning is van belang dat deze procedure in het leven is geroepen om aan de eisen van artikel 6 EVRM te voldoen. Het rechtsmiddel is als een vangnet bedoeld en beoogt toegang tot de rechter te verzekeren in alle gevallen waar artikel 6 EVRM dit eist. De toegang tot de rechter is om die reden beperkt tot besluiten die burgerlijke rechten en verplichtingen in de zin van artikel 6 EVRM betreffen. De nadruk ligt hier dus weer op (individuele) rechtsbescherming. Thans staat rättsprövning alleen open tegen regeringsbesluiten. In andere gevallen is de toegang tot de rechter immers op grond van § 3 lid 2 jo § 22a FL verzekerd.
In Zweden staat, zoals gezegd, geen beroep open tegen het niet (tijdig) nemen van een beslissing. De wetgever is er niet van overtuigd dat trage besluitvorming een groot probleem is en vreest bovendien de financiële gevolgen van de openstelling van beroep tegen het niet (tijdig) beslissen. Als de trage besluitvorming veroorzaakt wordt door werkdruk binnen het bestuursorgaan, is voorts de vraag of beroep het totale besluitvormingsproces korter zal maken. Daarnaast bestaat het risico dat beroep tegen het niet (tijdig) beslissen ten koste zou gaan van een zorgvuldige besluitvorming.1