Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie
Einde inhoudsopgave
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/8.1:8.1 Inleiding
Overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie (SteR nr. 45) 2019/8.1
8.1 Inleiding
Documentgegevens:
S.A.L. van de Sande, datum 01-02-2019
- Datum
01-02-2019
- Auteur
S.A.L. van de Sande
- JCDI
JCDI:ADS511057:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is tijd om de balans op te maken. In paragraaf 1.2 werd een tweeledige onderzoeksvraag geformuleerd, die dit boek beoogt te beantwoorden. De centrale vraag van dit onderzoek is wanneer de overheid naar huidig Nederlands recht aansprakelijk is voor het verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie aan de burger en of, en zo ja in hoeverre, een uitbreiding of beperking van deze aansprakelijkheid juridisch bezien wenselijk is.
De gegevens die nodig zijn voor de beantwoording van het eerste deel van deze vraag, te weten wanneer de overheid naar geldend recht aansprakelijk is uit hoofde van onrechtmatige informatieverstrekking, zijn in de hoofdstukken 4 tot en met 7 verzameld en weergegeven. In deze hoofdstukken is de stand van het overheidsaansprakelijkheidsrecht voor onjuiste en onvolledige informatieverstrekking in kaart gebracht aan de hand van de vereisten voor aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad: onrechtmatigheid, toerekenbaarheid, relativiteit, causaliteit en schade. Welke rechter bevoegd is om kennis te nemen van een vordering tot schadevergoeding wegens onjuiste informatieverstrekking, en wanneer de verdeling van bevoegdheid tussen de burgerlijke en de bestuursrechter materiële gevolgen heeft voor de toewijsbaarheid van die vordering, was onderwerp van bespreking in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 2 had betrekking op het rechtstatelijk kader waarbinnen informatieverstrekking door de overheid plaatsvindt, en dat deze informatieverstrekking normeert.
Op basis van het antwoord op de eerste deelvraag kan worden bezien of het recht – naar juridische en maatschappelijke inzichten – redelijk moet worden geacht dan wel aanpassing behoeft. Deze tweede deelvraag vereist een kritische bespreking van het positieve recht tegen de achtergrond van het juridisch-rechtstatelijk kader (dat in hoofdstuk 2 is besproken) en van de maatschappelijke realiteit. De basisbeginselen van de rechtsstaat, waaronder vooral rechtszekerheid, vormen het raamwerk waaraan het geldende recht wordt getoetst. Een deel van mijn kritiek op het geldende overheidsaansprakelijkheidsrecht is al onder woorden gebracht in de hoofdstukken 3 tot en met 7. Waar het geldende recht specifieke knelpunten oplevert, is dat reeds benoemd, geanalyseerd en is gepoogd om daarvoor een alternatief te schetsen. Het antwoord op de tweede deelvraag is dus deels neergelegd in de hoofdstukken 3 tot en met 7. Ten behoeve van de overzichtelijkheid en leesbaarheid wordt een deel van dit antwoord kort samengevat in dit hoofdstuk.
In aanvulling hierop, wordt een aantal aanvullende punten van kritiek geformuleerd en een aantal voorstellen gedaan. De paragrafen 8.2 tot en met 8.4 hebben betrekking op de formele kant van de medaille. Hierin wordt nader ingegaan op de aspecten van het overheidsaansprakelijkheidsrecht voor onjuiste informatieverstrekking die verband houden met de verdeling van rechtsmacht tussen de bestuursrechter en de burgerlijke rechter (hoofdstuk 3). Juist op dit rechtsgebied rijst de vraag naar de wenselijkheid van de geldende competentieverdeling, waarvan mijns inziens de houdbaarheidsdatum is verstreken. In paragraaf 8.5 wordt bezien of het Nederlandse recht een bijzondere materieelrechtelijke bepaling nodig heeft, die een algemeen recht toekent op vergoeding van schade als gevolg van onjuiste informatieverstrekking. De paragrafen 8.6 tot en met 8.11 corresponderen met de inhoud van de hoofdstukken 4 tot en met 7. In deze paragrafen wordt aan de hand van de vereisten van onrechtmatigheid, toerekenbaarheid, relativiteit, causaal verband en eigen schuld onder ogen gezien of het materiële aansprakelijkheidsrecht voor onjuiste informatieverstrekking wijziging behoeft. Paragraaf 8.12 bevat een materieelrechtelijke slotsom.