Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.5.3.1:5.5.3.1 Inleiding
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/5.5.3.1
5.5.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186841:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de achterstelling zonder instemming van de schuldenaar par. 5.3.4.2 en 5.5.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
249. Hiervoor is gebleken dat noch de betrokkenheid van de schuldenaar, noch de betrokkenheid van de senior noodzakelijk is om tot een geldige eigenlijke achterstelling te komen. De schuldenaar hoeft niet bij een eigenlijke achterstelling betrokken te worden omdat de rang van de verhaalsrechten hem niet aangaat en de senior is niet betrokken bij een eigenlijke achterstelling zoals bedoeld in artikel 3:277 lid 2 BW.1
Eén stap verder ligt de vraag of de junior ook eenzijdig tot een eigenlijke achterstelling kan komen. Uit de hier verdedigde kwalificatie van de eigenlijke achterstelling als wijziging van het verhaalsrecht volgt dat dat kan. Dat wordt hierna uiteengezet. De belangenafweging van de vorige paragraaf kan in dit geval achterwege blijven. De belangen van de verschillende partijen spelen hier immers mutatis mutandis dezelfde rol als bij de beschouwingen van de zuivere intercreditor achterstelling.
Na de constructie van de eenzijdige achterstelling in de volgende paragraaf kan nader worden onderscheiden tussen achterstellingen op grond van een gerichte rechtshandeling en die op grond van een ongerichte rechtshandeling. Bij nadere beschouwing blijken beiden, om verschillende redenen, nauwelijks te onderscheiden van een achterstelling op grond van overeenkomst.