Intellectuele eigendom in het conflictenrecht
Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/6.3.0:6.3.0 Inleiding
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/6.3.0
6.3.0 Inleiding
Documentgegevens:
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS466459:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
815. Plan van behandeling. De Berner Conventie kent vier materiële-reciprociteitstoetsen, die alle een uitzondering vormen op haar non-discriminatiebeginsel. Daarnaast kent de conventie ook nog een andere uitzondering op haar non-discriminatiebeginsel, te weten een retorsiebepaling; zij is geen materiële-reciprociteitstoets, maar zij vormt wel een uitzondering op het non-discriminatiebeginsel, en wordt daarom ook behandeld in deze paragraaf. Tezamen genomen is deze paragraaf als volgt opgebouwd:
algemene aspecten van de Berner materiële-reciprociteitsuitzonderingen (par. 6.3.1), te weten de vormgeving van deze uitzonderingen (par. (a)) en de interferentie met het Europese non-discriminatiebeginsel (par. (b)); de materiële-reciprociteitsuitzondering inzake de beschermingsduur in artikel 7 lid 8 (par. 6.3.2);
de materiële-reciprociteitsuitzondering inzake werken van toegepaste kunst in artikel 2 lid 7 (par. 6.3.3.);
de materiële-reciprociteitsuitzondering inzake het volgrecht in artikel 14ter lid 2 (par. 6.3.4);
de materiële-reciprociteitsuitzondering inzake het voorbehoud met betrekking tot het vertaalrecht in artikel 30 lid 2 onder b (par. 6.3.5);en
de retorsie-bepaling in artikel 6 (par. 6.3.6).