Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/6.4.2.3
6.4.2.3 Relatie neteigenaar — neteigenaar
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS622174:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voormalig artikel 5.9 Tw regelde dat aanleg, instandhouding of opruiming van kabels op zodanige wijze diende te geschieden dat zo min mogelijk hinder werd veroorzaakt ten aanzien van reeds aanwezige neten en tevens dat de instandhouding van andere aanwezige netten niet in gevaar gebracht of zonder noodzaak bemoeilijkt worden.
Van Velten schreef over het wetsvoorstel van de Wion 'dat het een hybride karakter vertoont. Enerzijds is het een voorbeeld van publiekrechtelijke wetgeving (..), maar de wet bevat ook diverse regelingen van privaatrechtelijke aard, zoals een aanduiding van aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad bij graafschade en een burenrechtelijke regeling ter voorkoming van onderlinge hinder indien leidingpakketten naast of boven elkaar worden aangelegd.' Zie Van Velten 2006a, p. 770 e.v.
Davids 1999, p. 10.
Niet alleen de relatie tussen neteigenaar en grondeigenaar zou geregeld moeten worden in het burenrecht. Ook de relatie tussen neteigenaren onderling zou nader geregeld moeten (en kunnen) worden in titel 5.4. Wanneer naar de relatie tussen neteigenaren wordt gekeken zou gedacht kunnen worden aan een uitbreiding van de bestaande hinderbepaling (artikel 5:37 BW). Deze regeling zou voor netten nader kunnen worden gepreciseerd als het gaat om hinder bij aanleg, instandhouding of verwijdering van netten. In de Wion is thans opgenomen (onder vervallen verklaring van artikel 5.9 Tw1) dat aanleg, instandhouding of opruiming op zodanige wijze dient te geschieden dat het beheer van andere netten niet in gevaar wordt gebracht of zonder noodzaak wordt bemoeilijkt (zie artikel 3 Wion).2 De Wion (en zo ook artikel 3) richt zich in beginsel tot de beheerder van het net, aangezien het 'zijn van eigenaar' in genoemde wet niet als uitgangspunt is genomen. Als in het burenrecht de hinderbepaling zou worden 'aangevuld' met artikel 3 Wion, dan zou in beginsel dit artikel van toepassing zijn tussen eigenaren van netten. Echter wanneer een derde een van de eigenaar afgeleide bevoegdheid heeft, is het mogelijk dat burenrechtelijke rechten en verplichtingen tevens op die derde betrekking hebben. Of dit zich voordoet hangt af van de aard van de aan de derde toekomende bevoegdheden, dit in verband met de aard en strekking van de burenrechtelijke bepaling.3In de praktijk exploiteren netbeheerders het net vaak voor eigen rekening en risico en zijn ze — op grond van de wet — aansprakelijk voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door schade aan leidingen. Netbeheerders zullen in veel gevallen als economische eigenaren van het net worden beschouwd en dus zouden de bepalingen van het burenrecht eveneens op netbeheerders van toepassing kunnen zijn.
De overheveling van artikel 3 Wion naar of toevoeging van een soortgelijk artikel aan de (al bestaande) hinderbepaling in boek 5 BW, zou, indien het burenrecht zou worden uitgebreid met bepalingen betreffende de aanleg, instandhouding of verwijdering van netten zoals hiervoor genoemd, volledig hiermee in lijn zijn. Het burenrecht zou dan een vrij complete regeling inhouden met betrekking tot onderwerpen die relevant zijn bij aanleg, instandhouding en verwijdering van netten en de relatie tussen de net- en grondeigenaar, alsook de relatie tussen neteigenaren onderling privaatrechtelijk regelen, zoals ook de algemene eigendomsregeling privaatrechtelijk is vastgelegd.