Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/2.4.1
2.4.1 Corporate governance
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS400611:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
P.H.M. Simonis, Over corporate governance, jaarrekeningrecht en horizontaal toezicht, WFR 2008/5.
Preambule, punt 3 Nederlandse Corporate Governance Code, Stcrt.2004, 250, blz. 35.
Zie R. Russo, Nieuwe voorstellen Corporate Governance Code: fiscaal relevant? WFR 2016/119 voor een uiteenzetting van de mogelijke fiscale gevolgen van de aangepaste Code. Voor een algehele uitgebreide uiteenzetting van de wijzigingen zie ook de special in het Maandblad voor Ondernemingsrecht (MvO) 2017/03/1-2.
Stcrt. 2017, 332, Besluit van 29 augustus 2017 tot wijziging van het Besluit van 23 december 2004 tot vaststelling van nadere voorschriften omtrent de inhoud van het jaarverslag.
Zie hierover ook R.H. Happé, Het tijdperk van splendid isolation voor de fiscaliteit ligt definitief achter ons, WFR 2012/1162. De auteur geeft een beschrijving van het boek van W. Schön, Tax and Corporate Governance, Springer Verlag, Berlijn 2008. Happé geeft aan dat het hoofdthema van het boek, de onderlinge wisselwerking tussen belastingen en corporate governance en in het verlengde daarvan maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), niet meer is weg te denken uit het politieke, wetenschappelijke en maatschappelijke debat. Onderwerpen die in het boek aan de orde komen zijn het agency probleem, book-tax conformity, tax control framework, de eigen aard van een (grote) onderneming en de drang van overheden om steeds meer transparantie te eisen van belastingplichtigen.
Vergelijk R. Russo, Fiscaal beleid en Corporate Governance, TFO 2015/136, paragraaf 6.
Gribnau vindt het tijd om de fiscaliteit te incorporeren in de Corporate Social Responsibility-strategie van ondernemingen, zie J.L.M. Gribnau, Belastingen als olifant, NTFR 2016/684. Ook Happé wijst de multinationals al jaren op de fiscale morele verplichtingen. Zie o.a. Happé, fiscale ethiek voor multinationals, WFR 2015/938.
Onderzoek Allen & Overy, Global tax practice, negotiating the minefield: managing tax risks in challenging times, January 2017, blz. 7.
S. Grotherr, Wie weit geht die gesellschaftsrechtliche Verpflichtung des Vorstands zur (aggressiven) internationale Steuerplanung? Ubg 6/2015, blz. 360-372.
In de beginjaren na de eeuwwisseling werd de wereld opgeschrikt door een aantal financiële schandalen. Als reactie hierop werd in de Verenigde Staten de zogenoemde Sarbanes Oxley Act in 2002 ingevoerd in een poging om het vertrouwen in de kapitaalmarkten te herstellen. Met de invoering van de Sarbanes Oxley Act worden eisen gesteld aan interne controlesystemen rond financiële informatieverstrekking. Hoewel de Sarbanes Oxley Act niet expliciet van toepassing was op Nederlandse ondernemingen was er wel een nieuwe standaard geformuleerd voor toezichthouders op kapitaalmarkten en bestuurders van ondernemingen.1 In Duitsland geldt (officieel) sinds 30 augustus 2002 de Deutsche Corporate Governance Kodex (DCGK). In Nederland werd op 9 december 2003 de Nederlandse Corporate Governance Code gepubliceerd door de commissie-Tabaksblat. De commissie omschrijft goede corporate governance als volgt:”Goed ondernemerschap,waaronder inbegrepen integer en transparant handelen door het bestuur, alsmede goed toezicht hierop, waaronder inbegrepen het afleggen van verantwoording over het uitgeoefende toezicht, zijn essentiële voorwaarden voor het stellen van vertrouwen in het bestuur en het toezicht door de belanghebbenden.’’2 Op 8 december 2016 publiceerde de Monitoring Commissie Corporate Governance Code een nieuwe Corporate Governance Code, waarbij de structuur enigszins is aangepast. De benadering is meer thematisch in plaats van gericht op de verschillende functies en organen.3 Deze Code is op 7 september 2017 wettelijk verankerd en treedt per 1 januari 2018 in werking.4 Het gevolg van Sarbanes Oxley en de Nederlandse Corporate Governance Code is dat belastingen veel meer aandacht van bestuurders en toezichthouders hebben gekregen.5 Het bestuur wordt afgerekend op het formuleren, uitdragen en monitoren van beleid, waaronder ook fiscaal beleid. Daaruit volgt dat het bestuur zaken als interne beheersing, risicobeheersing en de wijze van management control op orde dient te hebben.6 Er heeft met andere woorden de laatste jaren een verschuiving plaatsgevonden van een focus op belastingminimalisatie/ belastingontwijking naar een focus op “goed fiscaal beleid voeren’’ en risicominimalisatie (in control zijn).7 Uit onderzoek van Allen & Overy blijkt dat deze ontwikkeling zich ook in andere landen heeft voortgedaan, waaronder Duitsland. Van de ondervraagde Nederlandse en Duitse ondernemingen geeft 48%, respectievelijk 36% aan dat minstens één keer per maand fiscale zaken in bestuurskamers worden besproken, terwijl dat percentage in 2011 nog 32, respectievelijk 25 was.8 Deze ontwikkeling in Duitsland wordt ook bevestigd door Grotherr. Hij wijst er op dat taxplanning niet meer op zichzelf staat door de ontwikkelingen rondom corporate governance. Hij geeft onder meer aan dat de op korte termijn mogelijke voordelen van taxplanning moeten worden afgewogen tegen de mogelijke extra kosten van tax compliance, tax risk management en corporate social responsibility.9