De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/4.8.1:4.8.1 De mate van zelfstandigheid van de VOF ten opzichte van haar vennoten en derden
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/4.8.1
4.8.1 De mate van zelfstandigheid van de VOF ten opzichte van haar vennoten en derden
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS383409:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor overgang van de aandelen in de vennootschappelijke gemeenschap aan de vennoten die de onderneming na (gedeeltelijke) ontbinding van de VOF voortzetten, is toedeling aan hen en levering van de aandelen van de uittreder in ieder afzonderlijk goed vereist. De levering geschiedt op de wijze die voor overdracht is voorgeschreven. Voor levering van het ene goed is notariële tussenkomst noodzakelijk, terwijl levering van het andere goed mededeling aan een derde vereist. In plaats van een vloeiende voortzetting van de onderneming lopen de vennoten dus aan tegen de nodige goederenrechtelijke rompslomp. Vooral als een van de deelgenoten failliet is, is hier sprake van. Het vermogen van de VOF moet op grond van de wet vereffend en verdeeld worden. Weliswaar zal dit in de praktijk nauwelijks gebeuren, maar dat neemt niet weg dat de plicht rechtens bestaat. De VOF wordt in dit opzicht niet als een zelfstandige entiteit behandeld.
Ook bij toetreding van een nieuwe vennoot en bij voortzetting van de VOF door een BV is van zelfstandigheid van de VOF ten opzichte van de vennoten weinig te merken. In deze gevallen moeten namelijk (aandelen in) de vennootschappelijke goederen overgedragen worden aan de toetreder respectievelijk BV. In het laatste geval wordt de VOF in beginsel ontbonden en haar vermogen moet worden vereffend en verdeeld. Voortzetting brengt ook nu goederenrechtelijk de nodige rompslomp met zich.
Derden hoeven in principe weinig van een (gedeeltelijke) ontbinding te merken. De VOF hoeft namelijk niet kenbaar te maken dat haar vermogen wordt verdeeld en/of dat zij in liquidatie is. Zaakscrediteuren kunnen zich, ongeacht een eventueel faillissement van een van de deelgenoten, exclusief op de vennootschappelijke goederen blijven verhalen zolang de bijzondere gemeenschap bestaat. Voor derden lijkt de VOF dan ook nog steeds een zelfstandige eenheid.