Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.4.2.4
9.4.2.4 Partij aangaande een rechtsbetrekking
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS576408:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1999/2000, 26 855, nr. 5, p. 78-79; Parl. Gesch. Burg. Procesrecht, p. 554. In het voorstel voor een wettelijke regeling betreffende een inbreuk op intellectuele eigendomsrechten is in art. 1019a lid 1 Rv bepaald dat een verbintenis uit onrechtmatige daad wegens inbreuk op een recht van intellectuele eigendom geldt als een rechtsbetrekking als bedoeld in art. 843a Rv. Zie ook Ekelmans 2007, p. 15.
Kamerstukken II 1999/2000, 26 855, nr. 5, p. 78-79 (NV II).
Een partij kan ex artikel 843a lid 1 Rv alleen een vordering tot inzage, afschrift of uittreksel instellen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin zij of haar rechtsvoorgangers partij zijn. Dit was reeds te vinden in artikel 843a Rv (oud). Het doel van deze bepaling is voornamelijk af te bakenen van welke bescheiden een partij exhibitie kan vorderen.
Voor de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht is van belang dat onder de derde eis van bepaalde bescheiden aangaande een 'rechtsbetrekking' waarin eiser of verzoeker of zijn rechtsopvolger partij is niet alleen een rechtsbetrekking op grond van overeenkomst valt, maar ook een rechtsbetrekking uit onrechtmatige daad. Het inbreuk maken op de mededingingsregels levert immers een verbintenis uit onrechtmatige daad op. Hoewel de Hoge Raad die vraag in 2000 niet heeft beantwoord, is in de parlementaire geschiedenis meer duidelijkheid verschaft. Volgens de toelichting van de Minister ligt het in de lijn van de met het wetsvoorstel beoogde verruiming van de exhibitieplicht om ook een verbintenis uit onrechtmatige daad aan te merken als een rechtsbetrekking in de zin van artikel 843a Rv.1 Met partij zijn bij de rechtsbetrekking kan dus zowel gedacht worden aan verbintenissen uit de wet als aan verbintenissen uit overeenkomst. Het is nog niet uitgemaakt of rechtsbetrekkingen uit onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking kunnen worden toegepast, maar ik zie niet in waarom een verbintenis uit onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking niet als rechtsbetrekking zou zijn aan te merken.2 In de eerste plaats zal dit passen in de beoogde verruiming van het toepassingsgebied van artikel 843a Rv. In de tweede plaats is het niet goed verdedigbaar dat een ten gevolge van een onrechtmatige daad ontstane verbintenis tot schadevergoeding wel als rechtsbetrekking is aan te merken en een verbintenis uit onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking niet.