Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/6.3.3.b.ii
6.3.3.b.ii De materiële-reciprociteitsuitzondering (<geenverwijzing>art. 2 lid 7</geenverwijzing>, tweede volzin)
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS464036:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Figuur 4 bij alinea 877 hierna.
Nordemann, Vinck & Hertin 1977, p. 40. Onjuist: Rb. Arnhem 23 juli 1960, NJ 1961, 17; GRUR Int. 1961, p. 615.
Een voorbeeld is Pres. Rb. Den Haag 13 februari 1998, IER 1998, nr. 20 (Yalcult/Danone), r.o. 14.
Niettemin lijkt Ginsburg 1999, p. 355, noot 280, hier een conflictregel te ontwaren. Zie ook Lucas & Lucas 2006, p. 959. Vgl. voorts het argument van de Franse regering in de Tod's-zaak, HvJ EG 30 juni 2005, nr. C28/04, Jur. 2005, p. 1-5781 (Tod's/Heyraud), r.o. 30 (zie alinea 442 hiervoor).
Het referentiepunt van de materiële-reciprociteitstoets is het vreemde, litigieuze werk: het gaat om de kwalificatie van het concrete werk in zijn land van oorsprong (Desbois, Frangon & Kerever 1976, p. 163; vgl. ook Ricketson & Ginsburg 2006, p. 464). De tekst van art. 2 lid 7 is daar duidelijk over. Het gaat dus niet om de vraag of in het land van oorsprong voor werken van toegepaste kunst in het algemeen (of voor een bepaalde categorie) auteursrechtelijke bescherming mogelijk is; in deze zin J.H. Spoor in zijn annotatie van Hof Amsterdam 5 juni 1986, IER 1986, nr. 48 (Stig Ravn/Koopman). Dat vergt soms een moeizaam onderzoek naar de lex originis (zie ook Ricketson & Ginsburg 2006, p. 467), waarbij ook jurisprudentie in aanmerking moet worden genomen (Troller 1952, p. 156-157; anders Furler 1951, p. 114). Dat kan onhandig zijn, maar het is nu eenmaal inherent aan een materiële-reciprociteitstoets.
862. Werking materiële-reciprociteitsuitzondering. Hoe ziet nu, gegeven deze tweeledige vrijheid van de nationale wetgeving, de toepassing van artikel 2 lid 7 er in concreto uit?1
863. Het begint met de kwalificatie door de lex loci protectionis van een concreet vreemd werk van toegepaste kunst als werk van kunst en/of als model.2 Kwalificeert de lex loci protectionis het werk niet als werk van kunst, maar alleen als model, dan komt het alleen in aanmerking voor de modelbescherming van de lex loci protectionis — daarmee is voor de Berner Conventie de kous dan af. Voor zover de lex loci protectionis het werk echter als werk van kunst kwalificeert — zodat het in aanmerking komt voor auteursrechtelijke bescherming —, komt de tweede volzin van artikel 2 lid 7 in beeld.
864. Volgens deze bepaling kan, indien het vreemde werk van toegepaste kunst in het land van oorsprong alleen voor bescherming als model in aanmerking komt, onder de lex loci protectionis slechts modelbescherming worden ingeroepen.3 De lex loci protectionis beschouwt het werk dan niet als een werk van kunst, zodat het verstoken blijft van auteursrechtelijke bescherming. Achterliggende gedachte van deze bepaling is dat modelbescherming doorgaans inferieur is aan auteursrechtelijke bescherming.
865. Vreemdelingenrecht. Aldus discrimineert artikel 2 lid 7, tweede volzin, vreemde werken van toegepaste kunst die in het land van oorsprong alleen als model kunnen worden beschermd. Het gaat hier dus om een (vreemdelingenrechtelijke) materiële-reciprociteitsuitzondering, niet om een conflictregel. Dit is vrijwel onomstreden.4
866. Absolute materiële-reciprociteitstoets. Deze materiële-reciprociteitstoets heeft een absoluut karakter: de kwalificatie van het vreemde werk als werk van kunst en daarmee ook de auteursrechtelijke bescherming — is afhankelijk van de vervulling in het land van oorsprong (dus door de lex originis) van een inhoudelijke voorwaarde inzake de object-vraag. Alleen als de lex originis het desbetreffende werk als werk van kunst aanmerkt, komt het in aanmerking voor de auteursrechtelijke bescherming van de lex loci protectionis. Merkt de lex originis het desbetreffende werk van toegepaste kunst echter niet als werk van kunst aan, dan doet de lex loci protectionis dat ook niet en blijft auteursrechtelijke bescherming achterwege — het werk komt dan alleen nog in aanmerking voor bescherming als model.5