Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/4.3.1:4.3.1 De one tier board
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/4.3.1
4.3.1 De one tier board
Documentgegevens:
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS304844:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 6 juni 2011 tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van regels over bestuur en toezicht in naamloze en besloten vennootschappen, Stb. 2001, 275.
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 442.
Vgl. Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009, nr. 424.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Per 1 januari 2013 bestaat de mogelijkheid om in de statuten van een N.V. of een B.V. te kiezen voor het “one tier board”-model ofwel het monistische bestuursmodel.1 Hoogstwaarschijnlijk zullen veelal grotere, internationaal opererende naamloze vennootschappen die qua bestuursstructuur aansluiting wensen te zoeken bij het Anglo-Amerikaanse bestuursmodel voor dat bestuursmodel kiezen. Onder het “one tier board”-model verstaat men een bestuursmodel waarin niet (zoals in de dualistische bestuurdersstructuur) sprake is van een afzonderlijk toezichthoudend orgaan (raad van commissarissen), maar een bestuursmodel waarin de toezichthouders zitting hebben in het bestuursorgaan zelf. De wetgever duidt de toezichthouders in dat geval aan als “niet uitvoerende bestuurders”. Niet uitvoerende bestuurders maken deel uit van het bestuursorgaan en zijn derhalve bestuurders.2 In een one tier board bestaat het bestuursorgaan dus uit twee soorten bestuurders, te weten de uitvoerende bestuurders (“executive board members”) en de niet uitvoerende bestuurders (“non-executive board members”) (zie art. 2:129a/239a BW).3