De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap
Einde inhoudsopgave
De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap (IVOR nr. 95) 2014/3.4.4:4.4 De vrijstellingen
De invloed van werknemers op de strategie van de vennootschap (IVOR nr. 95) 2014/3.4.4
4.4 De vrijstellingen
Documentgegevens:
mr. M. Holtzer, datum 03-04-2014
- Datum
03-04-2014
- Auteur
mr. M. Holtzer
- JCDI
JCDI:ADS390033:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Thans: artikel 2:153/263 lid 3 onder a BW.
Thans: artikel 2:153/263 lid 3 onder b en c BW.
Thans: artikel 2:153/263 lid 3 onder d BW.
Gezien het onderwerp van dit onderzoek gebruik ik hier de term ‘structuurvennootschappen’. Ook andere rechtspersonen kunnen onder het structuurregime vallen.
Artikel 2:153/263 lid 3 BW.
Bartman/Dorresteijn 2013, p. 137.
Voor een uitwerking van de wettelijke getals- en toerekeningscriteria verwijs ik naar Honée 1981, p. 60 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Drie categorieën vennootschappen zijn vrijgesteld van toepassing van de structuurregeling: (1) afhankelijke maatschappijen van structuurvennootschappen (de dochtervrijstelling),1 (2) holdingvennootschappen van internationale concerns en financierings- of servicemaatschappijen van dergelijke concerns (de holdingvrijstelling)2 en (3) joint ventures van samenwerkende structuurvennootschappen (de jointventurevrijstelling).3
De dochtervrijstelling geldt voor naamloze en besloten vennootschappen die een afhankelijke maatschappij zijn van een structuurvennootschap.4 Het effect van deze vrijstelling is dat op zo’n vennootschap niet de plicht rust om op te geven dat aan de criteria van kapitaalomvang, werknemersaantal en instelling van een ondernemingsraad wordt voldaan,5 en dat daardoor de structuurregeling slechts op één niveau binnen het concern wordt toegepast. De centrale leiding over het concern kan zo niet door toepassing van het structuurregime op dochterniveau worden doorkruist. Aan de andere kant wordt de invloed van de ondernemingsraad op de samenstelling van de raad van commissarissen in beginsel op het hoogste niveau van het concern gevoeld. Dat laatste is overigens pas een voordeel voor de werknemers wanneer de raad van commissarissen van de moedervennootschap niet alleen toezicht houdt op het beleid van de moeder zelf, maar op het gehele concernbeleid.6
De holdingvrijstelling geldt wanneer een holdingvennootschap aan twee voorwaarden voldoet: de vennootschap beperkt haar werkzaamheden tot beheer en financiering van de concernactiviteiten, en het concern waarvan ze deel uitmaakt, is in overwegende mate buiten Nederland actief. Voor dit laatste geeft de wet een getalscriterium: de holdingvennootschap heeft pas een internationaal karakter als de werknemers in dienst van de vennootschap en de groepsmaatschappijen in meerderheid buiten Nederland werkzaam zijn.7
De jointventurevrijstelling ten slotte geldt voor samenwerkingsverbanden tussen twee of meer ondernemingen die gericht zijn op gemeenschappelijke verrichtingen van een bepaalde economische activiteit. Kenmerkend voor de joint venture is de zelfstandigheid van de deelnemende vennootschappen. De verhouding tussen de deelnemers wordt vaak geregeld in een jointventureovereenkomst, maar dat is niet vereist. De vrijstelling geldt voor joint ventures van samenwerkende structuurvennootschappen die gezamenlijk ten minste de helft van het geplaatste kapitaal van de joint venture verschaffen.