Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen in Nederland, Noorwegen en Zweden
Einde inhoudsopgave
Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen (SteR nr. 2) 2011/V.26.3.3:26.3.3 Zweden
Rechtsbescherming tegen bestuurshandelen (SteR nr. 2) 2011/V.26.3.3
26.3.3 Zweden
Documentgegevens:
L.A. Kjellevold Hoegee, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
L.A. Kjellevold Hoegee
- JCDI
JCDI:ADS580822:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook het Zweedse stelsel maakt aanvullende rechtsbescherming door de burgerlijke rechter noodzakelijk. Tot de Stallknecht-zaak van 19941 verklaarde de burgerlijke rechter zich bevoegd, tenzij uit een uitdrukkelijke wettelijke bepaling volgde dat een andere instantie bevoegd was het geschil finaal te beslechten. In de Stallknecht-zaak achtte de burgerlijke rechter echter de aard van het geschil van belang. Als het een geschil betreft dat naar zijn aard bij de bestuursrechter thuis hoort, is de burgerlijke rechter niet bevoegd de zaak te behandelen. Immers de bestuursrechtelijke rechtsgang is een met voldoende waarborgen omgeven rechtsgang. Dit uitgangspunt geldt ook als de bevoegdheid van de bestuursrechter niet uit een uitdrukkelijke wettelijke regeling voortvloeit en dus niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de bestuursrechter zich bevoegd zal verklaren.
Een belangrijk verschil met het Nederlandse stelsel is dat de Zweedse burgerlijke rechter in beginsel bevoegd is een zelfstandig oordeel te geven over de rechtmatigheid van bestuursbesluiten. De burgerlijke rechter is niet bevoegd de doelmatigheid van het besluit te toetsen. Hiermee wordt duidelijk dat de bestuursrechter een andere positie inneemt in het Zweedse staatsbestel dan de gewone rechterlijke macht. De burgerlijke rechter mag – gelet op de trias politica – niet op de stoel van het bestuur gaan zitten. De bestuursrechter is – althans in het kader van de belangrijkste beroepsvorm, het förvältingsbesvär – bevoegd tot een volledige heroverweging van bestuursbesluiten. Dit komt omdat de bestuursrechter in Zweden niet tot de rechterlijke, maar tot de uitvoerende macht wordt gerekend. Waar de bestuursrechter uitsluitend op doelmatigheidsgronden een besluit heeft gewijzigd, is een rechtmatigheidstoets van hetzelfde besluit door de burgerlijke rechter weinig problematisch. Dat een besluit door de bestuursrechter wordt gewijzigd, betekent immers niet zonder meer dat het besluit (ten opzichte van een partij in de civielrechtelijke procedure) onrechtmatig is.
In schadevergoedingszaken is de burgerlijke rechter overigens wél gebonden aan het oordeel van de regering en de hoogste bestuursrechter. Als het schadeveroorzakend besluit afkomstig is dan wel getoetst (en in stand gelaten) is door de regering of het administratief hooggerechtshof, kan dit besluit niet ten grondslag worden gelegd aan de vordering tot schadevergoeding.2