Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/II.2.1
II.2.1 Rechtshandeling
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178722:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Boek 2 BW, p. 150 (MvA II): ‘[Er] zij op gewezen dat het nemen van een besluit door de algemene vergadering een rechtshandeling is (…).’ Zie ook, soms meer impliciet: Parl. Gesch. Boek 2 BW, p. 140 (TM) en 156 (MvA II), Parl. Gesch. Inv. Boek 2 BW, p. 1093 (MvA II Inv), Parl. Gesch. Aanpassing BW (Inv. 3, 5 en 6), p. 168 (MvT Inv) en Kamerstukken I 2010/11, 31 763, C, p. 24 (MvA Wet bestuur en toezicht).
Zie o.m. Hülsmann 1935, p. 27, Verdam 1940, p. 4, 29 en 31-32, Löwensteyn 1959, p. 93, Noldus 1969, p. 25 en 30-31, Dumoulin 1999, p. 8, Dumoulin 2000, p. 181, Assink/Slagter 2013 (Deel 1), § 17, p. 292, Buijn & Storm 2013, p. 402-403, Handboek 2013/202, Verdam 2013, p. 148, Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/185 en 290-292, Blanco Fernández 2017, art. 2:14 BW, aant. C.2.1, Eikelboom 2017, p. 459- 461, Van Schilfgaarde/Schoonbrood, Winter & Wezeman 2017/91, Asser/Sieburgh 6-III 2018/15, GS Rechtspersonen/Huizink 2018, art. 2:14 BW, aant. 5.1, Dijk/Van der Ploeg 2019, p. 107, Huizink 2019/134 en Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/73, 211 en 381.
Zie bijv. HR 29 juni 2007, JOR 2007/228, m.nt. Kollen (Vereniging Oud-Volendam), rov. 5.2.2, Hof Amsterdam 2 juli 1970, NJ 1970/436 (ASVA), Rb. Arnhem 15 juni 2000, JOR 2000/211 (H. Holding), rov. 4.4, Rb. Leeuwarden 5 oktober 2011, RO 2012/4 (Leeuwarder Onderlinge Verzekeringen), rov. 4.11, Rb. Den Haag 9 september 2013, JOR 2013/128 (Bungalowpark Zonneweelde), rov. 4.4 en Rb. Overijssel 30 oktober 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:4382 (De Stadshaghen), rov. 4.3-4.5.
Het besluit is een rechtshandeling, zoveel staat naar geldend recht vast. De wet zegt het nergens met zoveel woorden, maar uit de parlementaire geschiedenis van Boek 2 BW blijkt onmiskenbaar dat het besluit in het systeem van het Burgerlijk Wetboek een rechtshandeling is.1 De literatuur2 en sommige rechtspraak3 sluiten zich hierbij eenstemmig aan. Geen wonder ook. Zonder twijfel richt het standaardtype besluit zich op het teweegbrengen van rechtsgevolg. Subjectiever geformuleerd: een orgaan beoogt met een besluit een zeker rechtsgevolg tot stand te brengen. Anders dan een feitelijke of onrechtmatige handeling streeft het besluit als rechtshandeling naar een bepaald gewenst gevolg.4 Een dechargebesluit snijdt aansprakelijkheid af, een vaststellingsbesluit doet de jaarrekening vaststaan en een besluit om de statuten te wijzigen beoogt een statutenwijziging. Elk besluit is een rechtshandeling. En alleen een rechtshandeling kan een besluit zijn. Er is geen twijfel over mogelijk: het besluit is een rechtshandeling van de rechtspersoon.
Minder vanzelfsprekend is hoeveel rechtsgevolg vereist is om van een rechtshandeling en dus van een besluit te kunnen spreken (§ 2.2). Het is verder de vraag welke consequenties de kwalificatie als rechtshandeling voor het besluit heeft (§ 2.3).