Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen
Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/4.2.6:4.2.6 Methodologieverslag en verificatie
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/4.2.6
4.2.6 Methodologieverslag en verificatie
Documentgegevens:
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS610636:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 34 lid 2 Rhe
Artikel 39 Rhe.
Artikel 42 leden 2 en 3 Rhe en artikel 47 lid 3 Rhe.
Verkregen per e-mail van 9 maart 2015 van de NEa en in Engelstalige versie verkrijgbaar op: http://ec.europa.eu/clima/policies/ets/cap/allocation/documentation_en.htm (geraadpleegd op 14 februari 2017).
Zo volgt tevens uit de inleiding.
Voor zover de gegevens niet overeenkomstig artikel 33 leden 3- 5 Rhe per broeikasgasinstallatie zijn aangeleverd.
Overeenkomstig artikel 7 lid 9 Besluit 2011/278/EU.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 34 Rhe bepaalt dat aangeleverde gegevens vergezeld moesten gaan van een methodologieverslag, dat ingevolge artikel 35 Rhe opgesteld moet worden overeenkomstig het standaardformulier van het bestuur van de NEa. Daarnaast moesten de gegevens worden geverifieerd overeenkomstig de artikelen 38-40 Rhe, door een verificateur als bedoeld in artikel 41 Rhe. Nu is van belang dat uit onder meer artikel 36 lid 1 volgt dat de gegevens als bedoeld in artikel 33 Rhe overeenkomstig Besluit 2011/278/EU moesten worden vastgesteld. Dat verder het methodologieverslag eveneens overeenkomstig dat Besluit moest worden opgesteld en onder meer moest bevatten:
‘een beschrijving van de systeemgrenzen van de inrichting in een schematische weergave, met inbegrip van een beschrijving van de installatie, de subinstallaties en de verbrandings- of proceseenheden’,1
en dat de gegevens ook overeenkomstig Besluit 2011/278/EU dienden te worden geverifieerd.2 Dezelfde methodologieverslag- en verificatievereisten gelden bij de gegevensaanlevering door nieuwkomers en bij aanzienlijke capaciteitsverminderingen.3 Hieruit zou kunnen volgen dat uit de aangeleverde gegevens en het methodologieverslag ook de verschillende broeikasgasinstallaties en de toewijzing per broeikasgasinstallatie zou moeten zijn te onderscheiden. Echter, wanneer de Nederlandstalige versie van het standaardformulier voor het methodologieverslag wordt geraadpleegd,4 volgt dat dit formulier inhoudelijk gelijk is aan de Engelstalige, waarin het begrip ‘installatie’ is vervangen door ‘inrichting’. Dit standaardformulier betreft geen verplicht format, zo volgt uit de inleiding van het formulier, maar bevat wel de minimuminhoud die een methodologieverslag moet bevatten.5 Hieruit volgt dat wanneer dit standaardformulier wordt gevolgd, de ‘inrichting’ als de installatie wordt gezien en het methodologierapport dus geen beschrijving bevat van de verschillende broeikasgasinstallaties die zich binnen de inrichting bevinden, noch informatie over de aangeleverde gegevens op het niveau van de broeikasgasinstallatie.6 Derhalve doet ook dit verslag voorkomen, in strijd met de Richtlijn, dat de inrichting als installatie moet worden gekwalificeerd, en is niet duidelijk wat de grenzen van en toewijzingen aan de daadwerkelijke individuele installaties zouden moeten zijn. Hieruit volgt dat wanneer de Commissie de gegevens waarop dit verslag betrekking heeft bij de lidstaat opvraagt,7 zij gegevens krijgt op het niveau van de inrichting, zonder onderverdeling naar de verschillende installaties. Hierdoor is de Commissie niet goed in staat te bepalen of de betreffende toewijzing wel in overstemming is met Besluit 2011/278/EU. Het een en ander geldt mutatis mutandis ook voor gegevens van wijzigingen in de toewijzing aan inrichtingen en de toewijzing aan nieuwkomers. Het standaardformulier voor het methodologieverslag voor deze situaties is namelijk ook toegespitst op de inrichting.8
Wat betreft de verificatiewerkzaamheden moet weliswaar Besluit 2011/ 278/EU worden gevolgd, maar de beoordeling van de verificateur heeft blijkens artikel 39 Rhe betrekking op de gegevens bedoeld in artikel 33 Rhe. Dat de gegevens eventueel op het niveau van de inrichting zijn verzameld, waarbij de inrichting dus als ‘installatie’ wordt aangemerkt, staat blijkens deze bepaling niet aan een positieve verificatie in de weg. Bovendien zien de werkzaamheden van de verificateur als beschreven in artikel 8 Besluit 2011/ 278/EU niet op de controle van de afbakening van de grenzen van de installatie, maar op de gegevens die ten aanzien van de installatie zijn aangeleverd.